Wikiwijs keurmerk

Onlangs is er een bijeenkomst geweest over keurmerken in Wikiwijs (zie verslag van Robert Schuwer).

Een keurmerk is een soort kwaliteitsstempel, waaraan je kunt zien dat anderen het leermateriaal de moeite waard vinden.

Bron: wikiwijsinhetonderwijs.nl.

Het is de bedoeling dat er verschillende keurmerken komen en dat je als gebruiker op een gegeven moment weet welk keurmerk je helpt bij het uitzoeken van lesmateriaal. Keurmerken zijn er al langere tijd. Kent u het keurmerk “Goedgekeurd door de Vereniging van Huisvrouwen” nog? Niet dat dit keurmerk nog bestaat of in dit verband relevant is.

Eén van de genoemde, reeds bestaande en wel relevante keurmerken is die van VO-content. Tijd om daar eens beter naar te kijken.

VO-content is gestart om digitaal lesmateriaal te maken voor het voortgezet onderwijs en werd ongeveer 3 maanden voor Wikiwijs gelanceerd (en is inmiddels in Wikiwijs opgegaan).

VO-content hanteerde drie pijlers voor het beoordelen van de kwaliteit:

  • vindbaarheid
  • bruikbaarheid
  • didactische correctheid

Een beetje lastige pijlers volgens mij. Natuurlijk is het fijn om iets snel te kunnen vinden, maar zegt dat iets over kwaliteit?  Als ik na heel veel moeite en heel veel zoeken eindelijk bij een restaurant kom en daar heerlijk kan eten is de kwaliteit dan slecht?

Ook bruikbaarheid vind ik spannend. Wie bepaalt of iets bruikbaar is? Zelf ben ik blij met al het lesmateriaal. Om te bedenken of ik er iets mee kan, of als voorbeeld van hoe het niet moet.

En dan de derde pijler: didactische correctheid. Didactiek is de “leer van het onderwijzen” en die lijkt me van geval tot geval anders. Hoe didactiek “correct” kan zijn is mij niet helemaal duidelijk. Iets makkelijker is om aan te geven of het vakinhoudelijk correct is. Hoewel dat ook niet altijd eenduidig zal zijn (bijvoorbeeld binnen Wikipedia worden vele wijzigingen doorgevoerd omdat mensen het niet met elkaar eens zijn).

Inmiddels zijn de pijlers aangepast en zijn het er 7 geworden (in drie groepen):

  • De oorsprong van het leermateriaal
  • Het gebruik van het leermateriaal
  • De correctheid van het leermateriaal

De oorsprong van een leermateriaal wordt beoordeeld op vindbaarheid en ontwikkelproces. Dus als het moeilijk vindbaar is of de maker heeft niet aangegeven hoe hij tot het lesmateriaal gekomen is dan krijgt het lesmateriaal geen keurmerk (is de kwaliteit niet goed?). Ehhh?

Het gebruik van het leermateriaal gaat over populariteit en bruikbaarheid (te beoordelen door de gebruikers). Populariteit is min of meer te meten maar daarmee ontstaat de kans dat alles wel erg op elkaar gaat lijken en nieuw lesmateriaal dat per definitie nog niet populair kan zijn niet gebruikt gaat worden. En wie stuurt dan nog wat in? En bruikbaarheid lijkt me erg subjectief.

De correctheid van het leermateriaal wordt beoordeeld op vakinhoud, beroepsrelevantie en of het in een leerlijn past. Dus als er geen leerlijn is: geen keurmerk.

Het staat de VO-content natuurlijk vrij om eisen aan een keurmerk te stellen. En ik denk dat het best lastig is om goede bruikbare criteria te verzinnen. Maar voor mij is het VO-content keurmerk niet zo zinvol denk ik.

Er komt vast ook een filter mogelijkheid bij zoekacties (zoek alleen lesmateriaal met keurmerk X) en daarmee ontstaat het gevaar dat ander zeer bruikbaar lesmateriaal niet meer gevonden gaat worden. In een TED presentatie gaat Eli Pariser in op het gevaar van filters die op deze manier gegevens onzichtbaar maken.

Alles overziend lijkt het wel of het keurmerk op de verkeerde dingen geplakt wordt.

In de Handreiking Kwaliteit digitaal lesmateriaal (van Kennisnet) worden 4 niveau’s beschreven binnen (digitaal) lesmateriaal:

  1. niveau 1: fragmenten (foto, stukje tekst, .. zonder relatie’s)
  2. niveau 2: informatieobject of toets (fragmenten in samenhang)
  3. niveau 3: leereenheid (objecten in samenhang)
  4. niveau 4: module of cursus

Het keurmerk VO-content richt zich volgens mij vooral op niveau 3 en 4. Maar dat is precies het niveau waar de docent het verschil maakt. Moet maken. Om de lessen passend te krijgen bij zijn of haar school, leerlingen, mogelijkheden. Op fragmenten (niveau 1) is het plakken van een keurmerk ook niet nuttig omdat enige context ontbreekt. Blijft over het object.

Een keurmerk op een object lijkt het meest zinvol. Is het object taalkundig juist. Is het object vakinhoudelijk juist. Bij welke manier van lesgeven past het. Voor welke doelgroep is het lesmateriaal bedacht.

En daarbij is het vooral de gebruiker die dit zal beoordelen. En als een object taalkundig niet klopt zal de gebruiker het object aanpassen. Ook als het vakinhoudelijk niet klopt en de gebruiker is enthousiast over het idee dan zal er een aangepast object gemaakt worden. En bij welke manier van lesgeven het past en voor welk niveau het lesmateriaal gebruikt wordt zou kunnen blijken uit de leereenheden die er mee gemaakt worden.

Of keurmerken op relatief korte termijn een zinvolle bijdrage gaan leveren aan Wikiwijs betwijfel ik nog.

Als gebruiker heb ik wel behoefte aan groepen lesmateriaal. Groepen van lesmateriaal waarvan ik de voortgang wil volgen, aanpassingen wil horen. En dat kan een groep zijn van mijzelf, van mijn vakvereniging, van mijn school, van een leverancier die materiaal groepeert over een bepaald meetapparaat (bijvoorbeeld Texas Instruments over de grafische rekenmachine), een universiteit die een groep maakt over een bepaald onderwerp, de Montessori scholen die Montessori lesmateriaal opzoeken, … Hierbij staat niet direct de kwaliteit voorop maar vooral het gebruik. Hoewel in een groep vast geen materiaal zal komen dat nooit gebruikt zal worden omdat de kwaliteit niet past bij de lessen die gegeven worden.

About these ads
Dit bericht werd geplaatst in Over docenten, Over lessen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Wikiwijs keurmerk

  1. Dag Bernard,

    Waarom zouden alleen objecten de goede eigenschappen hebben die je beschrijft? Als ik een les (niveau 3) heb en daar staan taalfouten in dan pas ik die taalfouten aan. Als het vakinhoudelijk niet klopt zorg ik dat het vakinhoudelijk wel klopt (“vakinhoudelijk niet kloppen” kan trouwens in vele gradaties voorkomen. Als het te erg niet klopt zal ik er niet eens aan beginnen het aan te passen.). Mijn punt is dat uit eigen waarnemingen gebleken is dat docenten die nog weinig ervaring hebben met ontwikkelen of arrangeren van digitale leermiddelen met name op zoek gaan naar materialen van niveau 3 of 4. De meer ervaren ontwikkelaars zullen meer neigen naar objecten van niveau 2. Ik zou deze waarneming wel eens onderzocht willen zien (of mogelijk is het al ooit eens onderzocht?). En voor beide groepen kunnen keurmerken voordelen bieden. En jouw laatste voorbeeld van Montessori: “geschikt voor Montessori onderwijs” (en dat vertaald naar criteria met bijbehorende normen) is wel degelijk een vorm van kwaliteit in mijn ogen. Dit gezegd hebbende: we moeten oppassen er geen woordenspel van te maken.

    Robert Schuwer

  2. Bernard zegt:

    Beste Robert,

    Bedankt voor je reactie. In mijn bericht heb ik gekeken naar slechts 1 keurmerk, de eisen van dit keurmerk en wat ik daar mee kan. Niet om een woordspelletje te creëeren, maar het woord “keurmerk” suggereert wel iets. Een stekker met KEMA keur betekent wat. En een KOMO vuilniszak heeft het imago om “beter” te zijn.

    Mijn suggestie is om objecten een soort van keurmerk te geven. Leereenheden en cursussen (op niveau 3 en 4) zijn bijna niet te voorzien van een keurmerk simpelweg omdat een leereenheid vooral moet passen bij de docent, de leerlingen en de school. Een leereenheid met alle keurmerken en alle sterren die er te halen zijn, kan voor mij onbruikbaar zijn.

    Connexions (cnx.org) gebruik volgens mij het begrip “lenses” om uit de grote zee aan lesmateriaal bepaald les materiaal te groeperen. Dat wil zeggen dat de eigenaar van die “lens” het lesmateriaal geschikt vindt. En als die eigenaar lesmateriaal verzameld waar ik ook goed mee kan werken dan is dat waardevol, geeft de eigenaar lessen op manier die niet bij mij past dat heb ik er niets aan. En dat is natuurlijk wel een vorm van kwaliteit (maar wordt geen keurmerk genoemd).

    Het lijkt dan een beetje op de manier waarop wij naar het (wereld)nieuws kijken. De een neemt genoegen met het 8 uur journaal, de andere wil een Volkskrant de ander liever een Telegraaf, en weer iemand anders volgt liever nu.nl. De enorme zee van nieuws wordt gegroepeerd door verschillende organisaties. En ik kies de partij die ik vertrouw/prettig vind. Het is echter moeilijk om één van deze partijen een keurmerk te geven of te onthouden. Wel kan je iets zeggen over bijvoorbeeld de betrouwbaarheid van elke bericht (het object). En deze berichten komen vaak van een betrouwbare partij (Reuters, ANP, Bloomberg, …). Maar als berichten regelmatig niet kloppen zullen minder mensen die partij kiezen en sterft hij (of zij) een zachte dood.

    Het is goed dat er naar een manier gezocht wordt om docenten te helpen om binnen het (straks) enorme aanbod van lesmateriaal het juiste te vinden. En ik hoop dat de discussie rond het keurmerk helpt bij het vinden van een handige manier.

    Bernard

  3. Dag Bernard,

    De “lenses” van Connexions zijn voor ons de inspiratie geweest keurmerken in Wikiwijs in te voeren. Keurmerken zijn voornamelijk gebaseerd op vertrouwen dat de keurmerkgevende partij moet uitstralen naar gebruikers. Als je geen vertrouwen hebt in de partij die een keurmerk uitgeeft dan zul je hun materiaal links laten liggen. Bij Connexions hebben ze dat waargenomen en ook de andere kant (gebruikers die juist filteren op één specifieke “lense” omdat ze die partij vertrouwen). Dat laat onverlet dat, met name voor lessen en lessenreeksen maar ook voor objecten van niveau 2, het materiaal veelal zal moeten worden aangepast aan eigen gebruik. Hiervoor bieden keurmerken hoogstens gedeeltelijke antwoorden: ik ga ervan uit dat een les met een keurmerk van een Montessorigroep een beer uitgangspunt zal zijn voor docenten in een Montessorischool dan eentje zonder een dergelijk keurmerk. Maar nog steeds zal het erg toevallig zijn als er een 100% match zit tussen de les en de context waarin het hergebruikt wordt.

    Ik vind de vergelijking die je maakt met de diverse nieuwsdiensten een hele mooie. Het geeft precies weer wat we verwachten dat met leermateriaal met keurmerken ook gaat gebeuren. Met jouw toestemming ga ik die ook gebruiken (uiteraard met naamsvermelding cf de licentie op jouw blog ;-)).

    Robert

  4. Bernard zegt:

    Beste Robert,

    Met de cc-by licentie had ik inderdaad al toestemming gegeven :-). Toch aardig dat je het vraagt.

    Het gaat inderdaad over vertrouwen maar meer nog over reputatie. Het keurmerk VO-content lijkt een beetje te zwaar. Te veel regels, te veel om aan te voldoen. Het moet snel en simpel worden. En een keurmerk/lens moet ook zonder pijlers en afspraken maar met gevoel en intuïtie tot stand kunnen komen (denk ik). “Meester Bernard is enthousiast over ….”, “Het Huppeldepup College gebruikt …”, “Texas Instruments Grafische rekenmachine wordt gebruikt in …”, “In Artis wordt dit lesmateriaal gebruikt”, …

    Succes,
    Bernard

  5. Voor dat laatste kunnen ook reviews gebruikt worden. Daar zijn keurmerken iets te “zwaar” voor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s