De b-versie is altijd moeilijker

Enkele dagen voor een studiedag staat in de NRC de volgende kop (3-3-2011):

Toetsen op school, dat verhoogt de kwaliteit niet – integendeel.

De hoogleraar Ewald Engelen (UvA) doet wel vaker wat lompe uitlatingen (“Studenten zijn luie flikkers” hier, hier) maar de vraag of toetsen nuttig of nodig zijn is wel een legitieme. Repeated test-taking better for retention than repeated studying, research shows (hoewel hier gesproken wordt over zelf tests en niet zozeer over formele testen). En Menno van Hasselt (onderwijs21) zegt: Toetsen moet. Echt eenduidig is het beeld nog niet.

Het onderwerp voor deze studiemiddag (en nog drie dagdelen die later volgen) is “toetsen”. En wel het analyseren van toetsen met behulp van de RTTI methode (rtti.nl). De RTTI methode gaat er van uit dat er 4 soorten opgaven zijn bij een proefwerk en later bij het examen:

  • Reproductie vragen
  • Toepassingsgerichte vragen in bekende context
  • Toepassingsgerichte vragen in onbekende context
  • Inzicht vragen waarbij verschillende inzichten gecombineerd moeten worden.

Door nu te kijken hoe een examen voor een vak opgebouwd is, kan bekeken worden op welke manier dit in de lessen (vanaf leerjaar 1 naar het eindexamen toe) kan worden opgebouwd. In klas 1 zullen meer reproductie vragen gesteld worden en later zullen er meer inzicht vragen komen. Ook zou de RTTI methode, bij grondige analyse van alle toetsen, kunnen helpen bij het advies aan leerlingen om een vak wel of niet te gaan kiezen.

De schoolleiding gaat er van uit dat als de toesten goed bekeken zijn het onderwijs als vanzelf verbetert. Het onderwijs moet immers beter gaan aansluiten bij de toetsen.

Ik denk dat dit niet zo werkt (maar dit terzijde). Het is altijd goed om kritisch naar de toetsen te kijken. Blijkt uit toetsen dat leerlingen bepaalde zaken niet goed hebben begrepen dan kan je daar natuurlijk nog wel op inspelen. Belangrijker dan de toetsen zelf lijkt me de feedback die leerlingen krijgen. Maar of de feedback nu komt na de verwerking van lessen in een schrift, of komt naar aanleiding van een toets, of naar aanleiding van iets anders maakt misschien niet zo veel uit.

Tijdens de studiemiddag werd aangeven dat b-versies van toetsen bijna altijd moeilijker zijn dan de a-versies. De a-versie wordt vaak zorgvuldig gemaakt en heeft een bepaalde logische opbouw, terwijl voor de b-versie vaak alleen wat gesleuteld wordt aan de volgorde van de vragen. Of er worden wat cijfers aangepast. Maar hierdoor wordt de b-versie vaak een stuk lastiger te maken. Er werd geadviseerd om ook de a-versie van een proefwerk aan te passen (een c-versie maken, en de a-versie niet meer gebruiken) om de leerlingen op een gelijkwaardige manier te kunnen toetsen. Ik moet zeggen dat ik hier nooit bij stil gestaan heb, maar nu bij het maken van de toetsen wel degelijk kijk naar de opbouw van de toets in de verschillende versies.

Dit bericht werd geplaatst in Over docenten, Over onderwijs en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s