NieuwWikiWijs helpt bij het maken van lesmateriaal

NieuwWikiWijs is de aangepaste versie van WikiWijs en helpt om lesmateriaal te maken op een simpele en intuïtieve manier. Hierbij, als voorbeeld, een overzicht van de handelingen die zijn uitgevoerd bij het samenstellen van lesmateriaal over Licht.

Lesmateriaal bestaat uit vele verschillende stukjes lesmateriaal die bij elkaar geschikt zijn om les te geven. Voor dit bericht houd ik het voorbeeld simpel. De MAKER wil een leerling boekje maken voor gebruik in de klas, een docenten handleiding, een antwoorden boek voor de docent en antwoordbladen voor leerlingen. Daarnaast wil de docent het leerlingenboekje ook uitgeven in een “groot lettertype” voor enkele dyslectische leerlingen die dat nodig hebben. Aangezien het leerlingenboekje op school blijft wil de MAKER het lesmateriaal ook beschikbaar stellen via een website of via een Elektronische LeerOmgeving (ELO). De MAKER wil (een deel van) het lesmateriaal ook kunnen tonen op een digibord.

Had iemand gezegd dat het voorbeeld simpel gehouden zou worden?

NieuwWikiWijs helpt de docent om het lesmateriaal snel en netjes samen te stellen.

Dat is toch te mooi om waar te zijn. Wikiwijs helemaal aangepast zodat het werkt zoals ik dat graag wil zien. Niet reëel natuurlijk maar het idee is uitnodigend.  Hoe zou NieuwWikiWijs er uit zien als ik het voor het zeggen had? En kan ik dat duidelijk maken? Laat ik een poging wagen.

Bij mijn NieuwWikiWijs is er een opslag van (media) bestanden (een online opslag van foto’s, video, geluid, … allemaal netjes voorzien van tags en licentievoorwaarden, de juiste bronvermelding en bewijs dat het bestand gebruik kan en mag worden) en voor fragmenten (foto, stukje tekst, .. zonder relatie’s), informatieobject of toets (fragmenten in samenhang), leereenheid (objecten in samenhang) en module of cursus. Deze opslag is het centrale deel van NieuwWikiWijs.

En natuurlijk een (software) omgeving waar lesmateriaal wordt samengesteld:

NieuwWikiWijs

En de basis functionaliteit is simpel: iemand maakt lesmateriaal, gebruikt gegevens uit de opslag vult het aan met eigen materiaal en uiteindelijk wordt het materiaal gepubliceerd en is het klaar voor gebruik.

Er zijn MAKERs en GEBRUIKERs. De MAKERs kunnen individuele docenten zijn, of mensen in een samenwerkingsverband (als school, als vakgenoten, als leraren in opleiding, …) maar kunnen ook bedrijven of universiteiten zijn. Ik stel me voor dat dit net zo werkt als met een weblog waar één eigenaar is en verschillende auteurs kunnen bijdragen. De GEBRUIKERs zijn veelal docenten en leerlingen. Als een docent zelf iets maakt dan gebruikt de docent dat in zijn/haar les met zijn/haar leerlingen. Als de school lesmateriaal wil gebruiken dan is er een school account met een eigen look and feel waar het lesmateriaal aanwezig is dat gebruikt wordt.

Van belang is dat de MAKER veelal niet de (enige) GEBRUIKER is en dus ook niet weet hoe de GEBRUIKER het lesmateriaal wil gebruiken. Dit benadrukt het belang om INHOUD (content) en VORMGEVING (layout) van elkaar te scheiden. Deze weblog heeft een bepaald uiterlijk (WordPress noemt dat een Thema, bij een website wordt dit vaak een style-sheet genoemd) en bevat berichten (de inhoud). Als eigenaar kan ik de vormgeving elk moment veranderen (een andere thema kiezen) of zelfs een eigen thema maken of een bestaand thema aanpassen zonder dat de inhoud verandert.

De software voor de MAKER

De software voor de MAKER moet uiteraard snel, betrouwbaar, intuïtief, .. zijn (maar daar ga ik gemakshalve maar even van uit). Voor de MAKER moet er ruimte zijn om een leerlijn te maken (“Een leerlijn is een beredeneerde opbouw van tussendoelen en inhouden naar een einddoel.“). Een leerlijn is een raar ding, het suggereert dat er een rechte (leer)lijn te maken is naar het einddoel. In de praktijk is dat natuurlijk niet zo. De ene leerling komt met meer basiskennis binnen, de andere leerling snapt na een les nog niets van hetgeen vertelt is (dat komt dan een paar lessen later). Een leerlijn is wel een handig hulpmiddel om vast te leggen en te controleren of er niets vergeten is maar het is niet zo dat een leerlijn die steeds specifieker gemaakt wordt (steeds kleinere tussendoelen krijgt) als vanzelf een cursus oplevert die elke leerling naar het einddoel leidt.

Het echte werk begint bij het maken van het lesmateriaal.

De MAKER besluit met welk onderdeel gestart gaat worden en dat zal vaak het leerlingen boekje zijn of de docenten handleiding. De antwoorden boekjes komen later en ook het materiaal voor de website/ELO en het digibord komt later. De MAKER kiest in dit geval het leerlingen boekje als startpunt.

Een leerlingenboekje is eigenlijk een hele lange lijst met objecten (samengesteld uit fragmenten). Deze objecten krijgen een verdeling in lessen en alle lessen samen vormen de cursus/de module. Uitgevers hebben begrepen dat lesmateriaal op 1 grote lange rol van 100 meter niet zo handig is en hebben de informatie in stukjes van 30 cm gesneden, ze opgestapeld en ze aan elkaar geplakt: het boek. Maar dat betreft alleen de vormgeving.

Als voorbeeld een stukje lesmateriaal uit een lesserie over licht:

Licht de bocht om

Vlakke spiegel

Een spiegel is de beste licht-terugkaatser. Bijna al het licht wordt teruggekaatst. Achter een spiegel lijkt zich een deel te bevinden van je eigen wereld.

Met je oog kan je licht zien dat in je oog valt. Licht kan ook via een spiegel bij je oog komen. Let er op dat licht altijd naar je oog toe gaat. Een mens kan geen licht uit zijn of haar ogen laten ontsnappen!

Als een kat of een hond zichzelf ziet in een spiegel, dan kan hij ontzettend boos worden op de ‘indringer’. Hij ziet niet dat het spiegelbeeld een spiegelbeeld van zichzelf is.

Ook kinderen begrijpen niet wat een spiegelbeeld is. Als een klein kind zichzelf ziet in een spiegel dan gaat hij of zij vaak zwaaien naar ‘dat andere kindje’. Misschien kunnen ze samen spelen. Pas bij 1½ jaar begint een kind te begrijpen dat het spiegelbeeld een beeld van zichzelf is.

Licht gaat altijd rechtdoor. Met een spiegel kan je een lichtstraal van richting laten veranderen.

By BernardBlogt (cc by)

Als je goed kijkt dan zijn de hoeken van de lichtstralen bij de spiegel gelijk. Het is de gewoonte om de hoeken te meten ten opzichte van de normaal. De normaal is de lijn die loodrecht op het spiegelende oppervlak staat. Als je naar de hoek van inval i en de hoek van terugkaatsing t kijkt zie je dat:

i = t

Dit betekent ook dat als jij je buurvrouw kan zien in een spiegel, de buurvrouw ook jou kan zien in dezelfde spiegel!

Opgave discobol

In disco’s hangen vaak spiegelbollen. Een spiegelbol is een bol waarop kleine spiegeltjes zijn geplakt. Licht dat op deze spiegelbol valt spiegelt naar verschillende kanten. Op de muur, de vloer en het plafond zie je dan allemaal licht stippen. Welke kant gaat het licht op dat op de spiegelbol schijnt?

In de tekening zie je een stukje van de discobol. Teken hoe de aangegeven lichtstraal verder gaat.

By BernardBlogt (cc by)

Foto spiegel by BernardBlogt (cc by): http://commons.wikiwijs.nl/12478125092
Foto discobol by BernardBlogt (cc by): http://commons.wikiwijs.nl/12478125093

In dit voorbeeld is te zien dat er enkele alinea’s zijn met tekst of met een plaatje. Dat zijn allemaal fragmenten (zonder samenhang). De plaatjes komen (verplicht in verband met het vastleggen van de licentievoorwaarden/bronvermelding) uit de commons.wikiwijs.nl.

De volgende stap is het groeperen van de fragmenten tot objecten.

Object(titel). Licht de bocht om

Object(sub-titel). Vlakke spiegel

Object(uitleg). Een spiegel is de beste licht-terugkaatser. Bijna al het licht wordt teruggekaatst. Achter een spiegel lijkt zich een deel te bevinden van je eigen wereld.

Object(uitleg, belangrijk).  Met je oog kan je licht zien dat in je oog valt. Licht kan ook via een spiegel bij je oog komen. Let er op dat licht altijd naar je oog toe gaat. Een mens kan geen licht uit zijn of haar ogen laten ontsnappen!

Enzovoort. Het maken van objecten is van belang omdat objecten bij elkaar horende fragmenten bevat die als geheel verplaatst moeten kunnen worden. Ook om objecten later beter terug te kunnen vinden. Maar ook kan de vormgeving van de verschillende objecten aangepast worden bij verschillende thema’s (bijvoorbeeld: titel wordt Helvetica vet 18pt, sub-titel wordt Helvetica vet 14 pt, een uitleg wordt Helvetica 12pt, een uitleg,belangrijk wordt Helvetica 12pt maar op een oranje achtergrond met een kader er om heen).

De objecten vormen samen lessen. En lessen vormen samen een module. De lessen en/of objecten worden gekoppeld (via een aanvinklijstje) aan de gegevens uit de leerlijn.

Op dit moment is er een lange lijst met fragmenten die zijn gegroepeerd tot objecten en lessen en modules. Dit betreft de inhoud. De vormgeving wordt apart ingesteld. De gegevens krijgen een naam (“Leerlingenboekje Licht leerjaar 2”). De MAKER kiest een thema, in dit geval een geprint boekje, formaat A5, een mooi lettertype, enz. (er komt een .pdf bestand uit NieuwWikiWijs). Voor de dyslectische leerlingen wordt dezelfde inhoud gebruikt maar met een ander thema voor de vormgeving (in dit geval niet geschikt gemaakt voor A5 maar voor A4, met grotere plaatjes en grotere letters)

Tijd voor het volgende onderdeel. De MAKER besluit eerst het antwoordenboekje te maken (“Antwoordenboekje”). Het antwoordenboekje gebruikt precies dezelfde gegevens uit de lijst. In het antwoorden boekje komen ook de titels, maar de teksten/uitleg komt er niet in. Bij elke opgave moet een antwoord komen. Het object(opgave) wordt nu uitgebreid en bestaat nu uit 4 delen.

Object(opgave)

  1. Object(opgave,titel)
  2. Object(opgave,vraag)
  3. Object(opgave,uitwerking)
  4. Object(opgave,antwoord)

Deel 1, en 2 staan in het leerlingen boekje, deel 1, 3 en 4 staan in het antwoorden boekje. Het object blijft één geheel alleen is niet alles in elke uitgave zichtbaar. De MAKER vinkt in de lange lijst aan wat er getoond moet worden en kiest een thema. In dit geval kiest de MAKER voor de vormgeving ook voor een A5 boekje (als .pdf).

De MAKER heeft een collega Doenja die het lastig vindt om én een leerlingen boekje én een antwoordenboekje op tafel te hebben. Doenja wil liever een leerlingenboekje waar ook de uitwerkingen in staan. Doenja wil ook graag alles op A4 omdat dat beter in een map past. De MAKER maakt een nieuw onderdeel (“Leerling- en antwoordenboekje Doenja”). Deze uitgave is bijna gelijk aan het “Leerlingenboekje” maar extra staat bij alle opgaven deel 3 en 4 (Object(opgave,uitwerking) en Object (opgave,antwoord)) aangevinkt (en is dus zichtbaar). Nu de inhoud goed is worden de instellingen van de vormgeving goed gezet. In dit geval wil Doenja een .pdf voor A4, ze wil de bladzijdenummers gelijk houden aan het leerlingenboekje (en als bladzijde 10 bijvoorbeeld met de uitwerkingen niet past dan wil ze dat het 10.1 en 10.2 wordt zodat ze precies weet waar de leerlingen de gegevens kunnen vinden), en ze wil de delen die de leerlingen niet zien (uitwerkingen/antwoorden) in een ander lettertype (bijvoorbeeld Courier).

Voor collega Coen maakt de MAKER nog antwoordkaarten. Coen wil graag voor de leerlingen een antwoordkaart per hoofdstuk. MAKER maakt een nieuwe uitgave (“Antwoordkaarten”) met hoofdstuk/paragraaf titels en verder alleen de opgave titels (Object(opgave,titel)) en de antwoorden (Object(opgave,antwoord)). De vormgeving wordt A4,  met een groter lettertype en elk hoofdstuk start op een nieuwe bladzijde.

De inhoud van de lange lijst objecten groeit nu langzaam, er komen steeds meer verschillende uitgaven die gebruik maken van dezelfde inhoud maar andere informatie zichtbaar maken en een andere vormgeving hebben.

MAKER gaat nu kijken wat er voor inhoud er op het digibord moet. De uitleg moet voor het digibord korter worden. MAKER maakt van het object(uitleg) een aangepaste versie object(uitleg,digibord). Het blijft één object maar voor het digibord wordt alleen de digibord uitleg getoond (en de normale uitleg staat hier uit). Voor sommige opgaven is een mooie applet beschikbaar in de commons.wikiwijs.nl en die wordt opgenomen in de Digibord uitgave (object(opgave,applet)). De applet kan aangeroepen worden in de commons.wikiwijs.nl of op een (school)netwerk gezet worden met een link daar naar toe. De vormgeving is voor MAKER een beetje lastig. In school hangen een aantal SMARTboards, maar niet overal. Ook zijn er veel beamers. MAKER besluit een thema te kiezen die een PowerPoint presentatie maakt. Later kan er altijd nog een thema gekozen worden waarmee er een SMART Notebook bestand of een Activ Flipchart van gemaakt wordt.

MAKER maakt een uitbreiding bij het object(titel) namelijk de inhoud voor de docentenhandleiding voor dat gedeelte van de inhoud (object(titel,docent)). Ook bij opgave 24 neemt de MAKER een stukje uitleg op voor de docent (object(opgave,docent)) omdat er voor die opgave een mooi demonstratie prakticum beschikbaar is. Voor de vormgeving van de “docentenhandleiding” kiest MAKER een simpele A4 layout.

Voor de ELO maakt de MAKER nog een uitvoer van het “Leerlingenboekje”  naar SCORM zodat deze informatie daar makkelijk kan worden opgenomen. Collega Charles, die al aan zijn tweede iPad toe is, krijgt van MAKER een speciale iPad versie. Gabriëlla, van huiswerk klas, krijgt alle lesmateriaal als ebook bestand aangeleverd omdat ze anders voor alle vakken en alle leerjaren een hutkoffer voor de boeken nodig heeft.

Nu de MAKER zo’n beetje klaar is, alles gecontroleerd, is het tijd om alle gegevens te publiceren. Bij het publiceren gebeuren een aantal zaken:

  • De gebruikte fragmenten worden, in commons.wikiwijs.nl, voorzien van een link naar het lesmateriaal waarin het fragment gebruikt wordt.
  • De objecten worden terug geplaatst in de commons.wikiwijs.nl en als dat relevant is wordt het als “andere versie” bij een eerder gevormd object geplaatst. De lessen en modules worden als geheel teruggeplaatst.
  • Hoofdstukken, paragrafen, opgaven enz. worden genummerd.
  • Afbeeldingen krijgen een resolutie die past bij de toepassing (kleine bestanden voor online versie, hoge resolutie voor te printen versie)
  • De bronvermeldingen worden in elke uitvoer goed neergezet (de MAKER heeft gekozen waar de bronvermeldingen neergezet moeten worden: bij het fragment, als voetnoot, aan het einde van een paragraaf of hoofdstuk, of helemaal achteraan bij de module).
  • De gegevens worden uitgevoerd zoals de MAKER dat gevraagd heeft (in dit geval een aantal .pdf bestanden, een PowerPoint presentatie, een iPad versie, een ebook versie en een SCORM pakketje).
  • Met de verschillende thema’s krijgen gebruikers de vormgeving die ze nodig hebben.
  • Nieuwe objecten krijgen een licentie en de naam van de maker wordt vastgelegd voor de bronvermeldingen en aangepaste objecten krijgen een uitbreiding van de makers om de bronvermeldingen compleet te houden.

De MAKER kan van “de lange lijst” een export maken waarmee de gegevens in iedere geval niet verloren gaan. Als NieuwWikiWijs nog bestaat kunnen de gegevens weer geïmporteerd worden, en anders zijn ze in ieder geval zichtbaar te maken in een browser (en moet de gebruiker de gegevens op een andere manier gaan verwerken).

Waar NieuwWikiWijs de MAKER mee helpt is het bij elkaar houden van de inhoud. Het automatisch nummeren van hoofdstukken en opgaven. Het verzorgen van een handzame vormgeving. Alle gegevens staan in een lange lijst en worden daar vandaan gebruikt. Het kan niet voorkomen dat een opgave verplaatst wordt in de leerlingen bundel maar dat de docentenhandleiding dat niet weet. Of dat de uitwerkingen niet meer kloppen.

(Oud)Wikiwijs lijkt zich op dit moment te veel te richten op leereenheden (arrangementen). Er wordt gezocht naar leereenheden (bv in de digischool database). En er wordt gezocht naar een actievere deelname aan Wikiwijs door docenten. Volgens mij gaat dit voorlopig niet werken. Het maken van een leereenheid is tijdrovend. En is niet voor iedereen zomaar te doen. Wikiwijs zou zich in mijn ogen moeten richten op fragmenten en objecten. Een foto van de Eiffeltoren die iemand gemaakt heeft is dan een zinvolle bijdrage. En als iemand anders de foto oppakt en er een mooie dialoog bij verzint in het Frans is er een mooi object geboren. En als iemand anders dat object oppakt en er twee vragen bij verzint is er weer iets zinvols toegevoegd. En als iemand anders de foto gebruikt voor een mooi verhaal over staalconstructies krijgt het fragment een tweede gebruik en is er weer een zinvol object gemaakt. Iedere docent maakt af en toe lesmateriaal. Al was het maar een vraag voor een toets. Maar weinig docenten maken een complete leereenheid. Participatie zal afhangen van de wijze waarop Wikiwijs de gebruikers weet te stimuleren om ook kleine dingen bij te dragen.

Dit bericht werd geplaatst in ICT, Over docenten, Over lessen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s