Positieve feedback niet altijd goed.

Soms zijn er van die perioden dat het drukker is dan normaal. En dat er van bloggen niet veel komt. Veel berichten zijn nog maar half af en wachten op ruimte om er weer mee verder te gaan. Zo ook een stukje over positieve feedback. En waarom dat niet altijd werkt. Nu toch maar gepubliceerd vooral voor mijn eigen archief.

Op een school bij mij in de buurt werd tijdens een ouderavond een kopie uitgedeeld over feedback. Het stukje kwam uit het boek Breinlink voor ouders. Er wordt gesproken over een onderzoek waaruit blijkt dat leerlingen soms slechter gaan presteren door positieve feedback. En daar was ik me niet zo van bewust.

John Hattie geeft aan dat het geven van feedback veel bijdraagt aan succesvol studiegedrag bij leerlingen. En daarbij hebben ik tijdens mijn opleiding ook geleerd dat positieve feedback beter werkt dan negatieve feedback.

Veel tijd om feedback te geven hebben we overigens niet. Met 30 leerlingen en een les van 60 minuten (vaak minder) is de tijd per leerling beperkt. Toch probeer ik veel feedback te geven, bijvoorbeeld als ze aan het werk gezet zijn en ik vervolgens het huiswerk controleer. Goed gedaan, netjes, mooie grafiek, wat schrijf je netjes, duidelijke uitwerking, …

Breinlink voor ouders geeft nog wat feedback “Jij hebt twee hersencellen, en die ene is net zo stom als de andere”, “Je broer bakte er ook al niets van”, “Meisjes kunnen geen natuurkunde en jij dus ook niet”, “Dit is een beetje te hoog gegrepen voor je”, … Niet allemaal positief, maar (zo stellen ze in het boek) soms toch effectief omdat er (soms) een tegenreactie op gang komt (“Ik zal ze …”). Maar dit is niet wat we hebben geleerd. En dus doen we dat ook niet (?).

Voor het vak Natuurkunde merk  ik dat ouders erg veel invloed hebben op het leergedrag van leerlingen. Ouders die aangeven dat het niet erg is dat een leerling een 4 haalt “want oma snapte ook al niets van Natuurkunde” helpen hun kind niet echt verder.

Breinlink haalt een studie aan van Mueller CM and Dweck CS. (1998) (zie stukje van Carol Dweck “Why telling kids they are smart makes them act dumb.”) waarbij leerlingen drie verschillende soorten feedback krijgen:

neutrale feedback: “Dat is een goede score.”
feedback op inspanning: “Dat is een goede score. Je hebt er vast hard voor gewerkt.”
feedback op intelligentie: “Dat is een goede score. Je bent vast heel slim.”

De neutrale feedback doet niets, de feedback op inspanning verhoogt de score en de feedback op intelligentie verlaagt (!) de score. Positieve feedback kan dus ook neutrale of zelfs negatieve effecten te weeg brengen. Breinlink komt helaas niet met veel voorbeelden van positieve feedback die wel goed uitpakken.

Zoekend naar een soort houvast voor goed werkende feedback kwam ik op de volgende gedachte (over feedback bedoeld om een positieve verandering teweeg te brengen):

“Feedback moet altijd positief zijn en mag alleen maar gaan over activiteiten waar de leerling invloed op kan uitoefenen.”

Of dit voldoende scherp geformuleerd is weet ik nog niet. En het effect is moeilijk te bepalen in een normale klassituatie, maar erg veel gevaar zit er ook niet in om over feedback na te denken. Breinlink geeft ook een paar voorbeelden van negatieve feedback (die toch stimulerend werkt): “Deze aanpak werkt blijkbaar niet. Wat kun je nu proberen?” “Ik geloof erin dat je dat kunt leren”. En ook kan je feedback geven door open vragen te stellen: “Hoe kom je aan deze conclusie?”, “Welke vragen heb je nog meer?”, “Welke aanvullende informatie zou je helpen?”, …

Wat voor feedback geven jullie? Welke reacties zien jullie bij leerlingen als je feedback geeft? Lukt het om elke leerling voldoende feedback te geven? Wat doe je als er vooral negatieve feedback in je opkomt? Denk je dat je feedback een “doorzetter” maakt van een leerling of eerder “een afhaker”? Wat is de rol van ouders bij het geven van feedback? En weten zij welke rol ze spelen (moeten spelen)?

Dit bericht werd geplaatst in Over docenten, Over leerlingen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Positieve feedback niet altijd goed.

  1. Moet je nu wel of niet de ouders betrekken bij het onderwijs? Want het kan dus negatief uitpakken voor de leerling.

    Bovendien moet een leerling ook negatieve feedback krijgen om te leren omgaan met ‘teleurstelling’ en negativiteit. Als de feedback ook er ook maar uit bestaat om daarna mee te denken over oplossingen, verbetering en de leerling hier bij te helpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s