Beoordelen van proefwerken

In het vorige bericht heb ik gekeken naar rtti als hulpmiddel bij het vaststellen van cijfers voor proefwerken. In zijn algemeenheid geven cijfers voor proefwerken leerlingen maar weinig informatie.

Een cijfer geeft aan dat, voor het proefwerk als geheel, bepaald is dat de kennis en de manier waarop deze kennis wordt verwoord beoordeeld wordt met -laten we zeggen- een 8,3. De leerling weet nu dat er fouten gemaakt zijn. Genoeg fouten om 1,7 punt niet toegekend te krijgen.

Met rtti weet de leerling ook welk soort vragen er beter en minder goed gemaakt zijn. Niet heel precies. Maar het geeft wel inzicht in het soort vragen waar het moeilijk mee gaat. Nu zal bij een 8,3 ook in rtti wel heel veel groen zijn (goed gemaakt). Dus deze leerling schiet er niet zo veel mee op. Rtti geeft meer duidelijkheid als er slechter gescoord is. Met een beetje geluk komt een hele categorie (bijvoorbeeld inzicht vragen) rood te voorschijn (niet goed gegaan). Als alles een beetje oranje is (matig gemaakt) heeft deze leerling er ook niet zo veel aan.

Wat nu veel in het nieuws is is SBG (Standard Based Grading). Proefwerken worden door de docent beoordeeld (juist/onjuist) en de leerlingen krijgen feedback op onderdelen. Hiervoor is wel een “standaard” nodig. In Nederland zijn we een beetje afgestapt van het definiëren van standaarden en worden eisen vaak globaal weergegeven. Daar ligt dus nog wat werk.

De feedback kan in algemene termen gegeven worden (“Bij het uitwerken van berekeningen noteer je niet altijd een formule”) en dat is een grove feedback die wel iets weg heeft van rtti. Maar de feedback kan ook veel gedetailleerder zijn op de onderdelen die de leerling zou moeten beheersen (“Lichtbronnen (wit licht, UV en IR) kunnen benoemen: goed”, “Lichtbronnen kunnen toepassen in een context: matig”).

Kelly O’Shea heeft er een mooi bericht over geschreven. Zij gebruikt een simpele matrix waarbij links de onderdelen staan waarop feedback gegeven wordt. En bovenin de vraag nummers. Zij beoordeeld de opdracht met een -, een 0, 1 of 2.

geeft aan dat er niet echt iets te beoordelen is (geen of rommelige uitwerking, vraag verkeerd begrepen)
0 geeft aan dat er veel fouten gemaakt worden of verwarring te zien is
1 geeft aan dat het de goede kant op gaat (kleine foutjes)
2 geeft aan dat het goed gaat.

De onderdelen moeten uiteindelijk een “2” worden. Een “2” wordt het pas als de leerling dit onderdeel altijd foutloos doet. Er wordt niet “naar boven afgerond” omdat leerlingen dan een verkeerd signaal krijgen. Belangrijk is dat leerlingen een matige score bij een onderdeel niet kunnen compenseren met een ander onderdeel. Elk onderdeel heeft een eigen minimale score nodig. En daarmee is standard based grading wezenlijk anders dan een normale beoordeling van een proefwerk. Bij een proefwerk kan een leerling voor elektriciteit best een voldoende halen zelfs als deze leerling op geen enkele manier een weerstand kan uitrekenen.

In het commentaar zegt Kelly:

once you have three 2′s in a row for the same objective, then you can start to consider yourself at the “mastery” level… before then, we just don’t have enough data yet

Deze manier van beoordelen komt voort uit de Standard Based Grading. Phil gebruikt de cijfers 0 tot en met 3:

Each standard will be graded on a scale:
0 – Not attempted (each standard will start at this level)
1 – Needs improvement
2 – Adequate
3 – Mastery

Er worden ook 5-punts schalen gebruikt (1 tot 5, 0 tot 4). Sameer Shah maakt van 1 “Needs improvement” twee niveaus en maakt een extra tussenscore 3,5 voor “almost mastery”. Echte overeenstemming heb ik nog niet kunnen vinden. Iedereen lijkt te kiezen voor een manier om te beoordelen die bij hem of haar past.

Met een beetje hulp van ict moet het mogelijk zijn om deze feedback te automatiseren (en te combineren met rtti). De docent maakt een proefwerk. Geeft bij elke (sub) vraag aan wat voor soort vraag het is (rtti), klikt de bijbehorde standa(a)rd(en) aan, geeft aan hoeveel punten er voor de vraag beschikbaar zijn. Na het nakijken voert de docent de punten in (net als bij rtti) en zodra het cijfer bepaald is krijgt de leerling een mail met daarin het cijfer, de rtti verdeling en de scores per onderdeel. Ter leering ende vermaeck. Als ook diagnostische opdrachtjes op deze manier snel beoordeeld kunnen worden krijgt de leerling gaandeweg wel een duidelijk beeld van wat er goed en wat er minder goed gaat.

Komend schooljaar maar eens verder kijken. Zoals Brian het verwoordt:

Getting started is the hardest thing, but then your off and learning; because once you are going, you learn by the mere act of doing.

Dit bericht werd geplaatst in ICT, Over docenten, Over leerlingen, Over onderwijs en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Beoordelen van proefwerken

  1. Pingback: Beoordelen van proefwerken | Bernard Blogt | Online toetsen | Scoop.it

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s