30 jaar

Er zijn momenten dat ik me ineens erg oud voel. Op 6 juni 2014 was de 30-ste verjaardag van Tetris. En ook ergens dit jaar is het de 30-ste verjaardag van Ghostbusters. Ik herinner me van Ghostbusters vooral het melodietje dat (op mijn Commodore 64) zonder veel variatie maar door bleef gaan. Aan het spel zelf heb ik niet zo veel tijd besteed. Op dit moment zijn er nog legio Ghostbuster attributen te koop.

Bron: http://www.youtube.com/watch?v=Hz5VvMItHmM

En Tetris had ook als zo’n herkenbaar geluidje. Dit was echt verslavend en het gaat helemaal nergens over. Ik herinner me een LCD versie (Brick Game, nog steeds te koop voor 2,50 euro) die op de wc terecht was gekomen maar daar na verloop van tijd toch weer uit verbannen is 🙂

Bron: http://www.youtube.com/watch?v=H1yQQZm7Vvc

Waarom was Tetris zo verslavend? Tom Stafford bekijkt “The psychology of Tetris”. Tom beschrijft het Zeigarnik Effect waar bij ons brein zich richt op nog niet voltooide taken, maar voltooide taken ook weer direct vergeet. Een verschijnsel dat ik in de klas ook wel zie. Leerlingen zijn druk bezig met een opdracht of opgave. Ze overleggen met buren. Komen tot een juiste conclusie. En als ik dan even later een andere opdracht geeft over hetzelfde onderwerp dan hebben leerlingen geen idee meer. Na het voltooien van de eerste opdracht krijgt het brein het signaal om hier niet langer over na te denken. Het is klaar.

Bron: http://www.youtube.com/watch?v=0l3C_jayokw

 

Veetbak

“Wat is veetbak?”

Op de Van Dale Junior scheurkalender stond laatst een stukje over het geven van feedback. Nu is dat voor kinderen niet zomaar een bekend woord dus zo ontstond de vraag. 

Het afgelopen schooljaar heb ik leerlingen in 4V ondervraagd over de feedback die zij ontvangen. Mijn bedoeling was om het overschatten door leerlingen door gerichte feedback terug te dringen. En dat is maar gedeeltelijk gelukt.

Na elk proefwerk kregen de leerlingen onder andere een vragenlijst over de feedback die ze ontvangen hadden. Of de feedback gericht was op het proces, of de feedback aanvaard werd enz. En elke keer kwamen er leerlingen met de vraag wat er precies met feedback bedoeld werd. En dat verbaast me dan toch wel.

Ervaren leerlingen het niet dat ze feedback krijgen of komt het actief hanteren van het woord feedback pas op latere leeftijd op gang?

De feedback is ook geregeld zo genoemd. De aanwijzing tijdens het rondje door de klas, de terugkoppeling bij de klassikale bespreking, de formelere feedback per mail, … het wordt door leerlingen niet als zodanig herkend. En dat vind ik dan wel een lastig punt. Het ontvangen van feedback is zo nuttig. Andere mensen kunnen je dingen vertellen die je zelf nooit zouden zijn opgevallen. Ook leerlingen krijgen de hele dag feedback op hun werk en hun gedrag. Hoe kan het dan zijn dat ze niet weten dat dat proces zo werkt en waarom herkennen ze dat niet? Misschien moet ik hier nog eens specifiek aandacht aan besteden  in de klas.

 

Verwaarlozing

Het is alweer enige tijd geleden dat ik hier een bericht geplaatst heb. Is zes maanden wel “enige tijd” of heeft dat begrip een soort van grens waarna het over moet gaan in iets anders? Maar mijn weblog wordt duidelijk zwaar verwaarloosd. Op dit moment staat het bijhouden van mij weblog te laag op de prioriteiten lijst. Gebeurt er dan helemaal niets? Nee dat is het nu ook weer niet. Er gebeurt wel het een en ander maar dat is óf niet zo relevant om hier te melden óf de tijd ontbreekt om er een verhaal van te maken. Wat staat er dan hoger op de prioriteiten lijst? In eerste instantie thuis. Ik probeer mijn 1e graads bevoegdheid te halen en dan komt het gezin soms klem te zitten. Ook is een nieuwe baan een energie vragende bezigheid. Zeker omdat ik naast Natuurkunde ook O&O en NLT ben gaan geven. Allemaal leuk maar deze weblog heeft daar onder te lijden. Het is niet anders. Er komt vast een moment dat er prioriteiten weg vallen of minder tijd kosten dan nu.

Nieuwsbrieven per mail: de verschillen

Deze week ontving ik de nieuwsbrief van het Mens Natuur Maatschappij lokaal (http://www.mnmlokaal.nl/). Florina Blokland begint de nieuwsbrief met:

Beste Bernard

De maand mei is een drukke maand. Toetsen, examens, excursies, de zon die misschien af en toe schijnt: allemaal afleiders en bezighouders! Ik hoop dat je toch wat tijd vindt de nieuwsbrief te lezen. […]

De persoonlijke benadering viel me op. Nu worden vaak nieuwsbrieven verstuurd naar mensen die zich aangemeld hebben. En veelal is het gewoon een nieuwsbrief. Gegevens onder elkaar gezet en verstuurd.

Nieuwsbrieven worden gemaakt door mensen. Soms vergeet je dat als je mail box volloopt. En nieuwsbrieven worden ontvangen door mensen. Florina laat merken dat ze dat waardeert.

In mijn mail heb ik eens beter gekeken naar de nieuwsbrieven die ik krijg. Het zijn er best een hoop. Van erg nuttig tot bijna spam, maar daar heb ik dan toch ooit voor gekozen (en kan het ook weer opzeggen).

Nieuwsbrieven zien er allemaal anders uit. En zijn allemaal bedoeld om mij te informeren over “iets”. Ik heb vier verschillende vormen van nieuwsbrieven ontdekt deze maand:

  • een mail met bijlagen
  • een mail met een opgemaakte nieuwsbrief
  • een mail met een opgemaakte nieuwsbrief en een persoonlijke aanhef
  • een mail met een opgemaakte nieuwsbrief en een persoonlijke aanhef met persoonlijke inhoud.

Hieronder een paar voorbeelden van nieuwsbrieven. Waarbij elk soort nieuwsbrief zijn waarde heeft. Waarbij ik merk dat een persoonlijke aanhef toch betekent dat ik de nieuwsbrief sneller (beter) lees. Het nieuws is immers voor mij bedoeld. En ik weet best dat hier een hoop techniek achter schuil gaat die veel automatiseert. En toch waardeer ik dat 🙂

Een mail met bijlagen

Een mail met een opgemaakte nieuwsbrief

Een mail met een opgemaakte nieuwsbrief en een persoonlijke aanhef

Een mail met een opgemaakte nieuwsbrief en een persoonlijke aanhef met persoonlijke inhoud.

In het park staan hoge bomen vangen veel wind.

In het park staan hoge bomen vangen veel wind.

Leerlingen zien snel dat dit niet zo’n mooi lopende zin is. Er zijn twee zaken gecombineerd waarbij dat helemaal niet kan.

Moeilijker is om leerlingen te laten inzien dat breien (zo noem ik dat meestal) ook wiskundig niet kan of mag.

2 x 3 = 6 +4 = 10 x 2 = 20 / 4 = 5

Zonder problemen schrijven leerlingen alle berekeningen achter elkaar. Als docent zie je niet wat er precies gedaan is, formules ontbreken en wiskundig is het gewoon onjuist. 2 x 3 = 5 staat er.

Hoe vind ik weer terug wat ik gelezen heb?

Op dit moment lees ik relatief veel artikelen en boeken over onderwijskundige zaken die een relatie hebben met het geven van lessen natuurkunde. Niet alles is even interessant en niet alles is even bruikbaar voor de verschillende onderzoekjes. Voor mijzelf is het wel handig om van de bruikbare artikelen een soort overzicht te hebben/te maken. Nu kan dat redelijk goed met een online bladwijzer programma (ik gebruik hiervoor Delicious) maar helaas is niet alles online te vinden en dan lukt dat niet. Ook is de ruimte bij delicious vaak iets te kort (1000 letters) om aan te geven wat voor mij de reden is om de link/artikel/boek/website/… belangrijk te vinden.

Voor nu ben ik de gegevens maar online aan het zetten in een weblog (Natuurkunde bronnen). Vooral links naar artikelen, gelezen boeken, websites die bruikbaar zijn, voor mij, … met in het kort de delen die ik belangrijk vind op dit moment.

Zweeftaal

In het Nederlandse taalgebied heeft men in de jaren negentig voorgesteld termen als ‘lege taal’ en ‘verbalisme’ te vervangen door ‘zweeftaal’. Deze term geeft aan dat kinderen best weten waarover ze praten, dat die kennis alleen nog te abstract is en soms niet strookt met de concrete werkelijkheid.

Bron: Slechtziendheid en blindheid

Zweeftaal is een begrip dat uitgewerkt wordt in het boek “Zweeftaal en andere raadsels in het woordbegrip van blinde kinderen” van C.M. Linders. Uit het voorwoord:

Hoe vormt een blind kind zich een idee van de dingen om haar heen? Deze vraag, die zomaar opdook, was het begin van een lange en fascinerende studie.

Zweeftaal (het voorkomen van zweeftaal) is ook opgenomen in de kerndoelen van het speciaal onderwijs voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1).

Nu is het niet moeilijk voor te stellen dat blinde kinderen gevoelig zijn voor zweeftaal. Niet blinde mensen krijgen enorm veel informatie met hun ogen en onderscheiden het zwemmen van een eend goed met het drijven van een kurk of het varen van een boot (waarbij het in alle gevallen gaat om iets dat in water ligt en niet zinkt). Als je dit nooit hebt gezien is het lastig om deze verschillen helder te krijgen.

Zijn ziende kinderen ook gevoelig voor zweeftaal? En op welke manier openbaart zich dat dan?

Misconcepties

Misconcepties hebben in het onderwijs al jaren veel aandacht. Een duidelijke definitie van een misconcepties ontbreekt, iedereen maakt er een eigen variant op. Paulien Vegting (1988) noemt het “foute opvattingen”, Wikipedia spreekt over “folksciences”. Conceptie is het vormen van een denkbeeld, gedachte, idee, voorstelling, … en daar is dan iets mis mee. Het stuk van Paulien Vegting heeft als titel: “Zijn misconcepties “mis”-concepties?” waarin ze schrijft:

nu weten we dat nogal wat begrippen voor de leerlingen andere betekenissen hebben dan voor de docenten, en dat simpel onderwijzen niet helpt om de denkbeelden van de leerlingen in die van de fysica te veranderen.

Tijdens mijn bachelor opleiding kwamen misconcepties vaak langs. Met de gedachte dat als je weet waar het mis kan gaan,  je als docent een misconceptie kan voorkomen. Jaren heb ik heel secuur aan de lesopzet geschaafd. Begrippen niet genoemd voor de context aanwezig is, zorgvuldig kleine stapjes genomen om vergissingen te voorkomen.

En dat alles met wisselend resultaat. Bij leerlingen ontstaan gedachten op plaatsen waar ik ze in ieder geval niet verwacht had.

Een doelstelling van een cursus van het Expertise centrum Kunsttechniek beschrijft (pdf) (ILO-UvA):

De student begrijpt hoe veel voorkomende misconcepties kunnen ontstaan en hoe de docent de leerling kan helpen deze te voorkomen.

Voorkomen? De meeste misconcepties zijn er al lang voordat de leerling de klas binnen loopt. Voorkomen zit er volgens mij echt niet in.

Inmiddels heb ik mijn tactiek aangepast. Alles wat leerlingen voorstellen is juist en komt op het bord. Soms ontstaat er weerstand en overleggen leerlingen met elkaar of een begrip/uitleg/.. toch moet worden aangepast, maar anders blijft hij staan. Leerlingen hebben ideeën die ik alleen maar te horen krijg als ik ze serieus neem. Ook is het niet aan mij om te weigeren om ideeën op het bord te schrijven “omdat ze niet waar zijn”. Allereerst is niet elke waarheid even waar maar belangrijker is dat de leerling zijn idee niet aanpast alleen maar omdat ik zeg dat dat nodig is.

Mylène beschrijft hoe hij deze tactiek toepast en extreem ver doorvoert.

A year ago, I was one of those people who cut students off to correct them if they said that voltage went “through” something.  It was unbearable to imagine them reinforcing that idea every time they said it.

This, it turns out, is my misconception about learning.

Mylène beschrijft zijn zoektocht naar een andere manier van lesgeven op zijn weblog op een inspirerende manier.

Als leerlingen als antwoord op de vraag “Wat is warmte?” komen met “Pinguïns” ben ik helemaal blij. (Pinguïns staan altijd dicht tegen elkaar aan en hebben het daardoor warm.) Met het natuurkundige begrip warmte “as we know it” heeft het nog niet zoveel te maken, maar gaandeweg zoeken we naar een beter begrip en uiteindelijk kunnen leerlingen ook nog uitleggen dat pinguïns wel erg goed gebruik maken van de natuurkundige kennis over warmte transport (warmte verlies).

Het voorkomen van misconcepties is een illusie. Volgens mij helpt het alleen als ideeën (ook misconcepten) genoemd kunnen worden, serieus genomen worden en van daar uit bekeken worden. Soms helpt een proefje of een video om een misconceptie weg te werken, soms werkt een groepsgesprek, soms helpt er niets (en doet de leerling wat er verwacht wordt, maar blijft de misconceptie rustig voortbestaan). Misconcepties hebben we allemaal. Het spannende is om zo veel mogelijk misconcepties weg te werken (in ieder geval genoeg om het examen met een voldoende af te sluiten).

Links (februari 2011)

Discriminatie: A class divided

Blue-eyed people are smarter than brown-eyed people. They are cleaner than brown-eyed people. They are more civilized than brown-eyed people.

De dag nadat Martin Luther King vermoord werd verdeelt juf Jane Elliott de klas in betere leerlingen met blauwe ogen en de mindere leerlingen met bruine ogen. Jane legt de nadruk op alles waarbij het er op lijkt dat de kinderen met blauwe ogen echt wel beter zijn dan leerlingen met bruine ogen. De leerlingen met bruine ogen mogen ook minder en worden direct gepest.

Een dag later geeft Jane Elliott aan dat ze zich vergist had. Uit onderzoek bleek dat de kinderen met bruine ogen eigenlijk veel beter zijn en worden de rollen omgedraaid met direct resultaat.

Jane Elliott: Russell, where are your glasses?
Russell: I forgot them.
Jane Elliott: You forgot them. And what color are your eyes?
Russell: Blue.

Rond deze lessen is een goed gedocumenteerde website opgezet met het originele filmmateriaal uit de jaren 70. Wel in het Engels maar goed te volgen.

Mocht je nog twijfels hebben over het effect van het benoemen van vooroordelen over kinderen dan is dat na het zien van de documentaire denk ik wel verdwenen.

“We had one (brown-eyed) girl with a mind like a steel trap who never misspelled a word until we told her that brown eyes were bad,” Elliot said, demonstrating the power of prejudice in shaping children’s self-images.

Beeldcitaat: A Class Divided

Links (januari 2011)

WordPress.com

WordPress is één van de vele software programma’s voor een weblog. Veel ISP’s (Internet Service Providers) geven de gebruikers de mogelijkheid om een weblog te gebruiken op hun site, soms met behulp van WordPress, soms met andere software. Ook zijn er vele online mogelijkheden om een weblog te beginnen (Blogger van Google, Typepad, Posterous, …).

Waarom dan hier aandacht voor WordPress? Vooral omdat ik van de andere programma’s niet genoeg afweet. BernardBlogt draait bijvoorbeeld met WordPress software. De belangrijkste reden dat ik hier aandacht geef aan een weblog is omdat een weblog (waarschijnlijk alle soorten weblogs) zo goed inzetbaar zijn in het onderwijs. Eerder schreef ik over leerligen die een weblog gebruiken bij het vak natuur- en scheikunde (Bloggen bij natuur- en scheikunde) en over het verwerken van een stadswandeling (Kunnen leerlingen verslag stadswandeling online zetten?). In volgende berichten zal ik nog enkele voorbeelden bespreken.

Een weblog is in de basis een plaats waar berichten getoond worden gesorteerd op datum (het nieuwste bericht bovenaan). Een logboek, een dagboek, of hoe je het wilt noemen. Maar WordPress heeft meer mogelijkheden en je kan er ook redelijk eenvoudig een “normale” website mee opzetten door gebruik te maken van de bladzijden die bovenin een vaste plaats krijgen.

Voordelen WordPress

  • Open source en daarmee gratis te gebruiken en te installeren op elke server. Bij veel providers kan je de software laten installeren (“One click install”). Downloaden op WordPress.org.
  • WordPress levert een gratis te gebruiken variant online aan. Je kunt extra opties kopen, vooral geheugenruimte (eerste 3Gb is gratis), een eigen domein, … maar dat is vaak lange tijd niet nodig (BernardBlogt gebruikt nog steeds de gratis versie).
  • WordPress heeft inmiddels een ingebouwde “mu” versie (voorheen was dit een los project). Een MultiUser (mu)versie gebruikt de software op de server om onbeperkt hoeveel weblogs aan te sturen. Dus iedere docent en alle leerlingen een eigen weblog binnen de instelling met slechts 1 te onderhouden softwarepakket.
  • WordPress heeft enorm veel verschillende Thema’s en vooral leerlingen kunnen daar lange tijd mee bezig zijn voordat ze een keuze maken.
  • Een “export” gemaakt van de weblog? Dan kan je die in elke andere wordpress weblog weer “importeren”.
  • In principe is een weblog “publiek”, maar je kan ook een besloten weblog maken (mensen moeten dan uitgenodigd worden).
  • Bij WordPress.com kan je ook berichten plaatsen door een email te sturen naar je weblog. Ook kan je bellen (naar Amerika) om een bericht te plaatsen.

Maar wat kan je nu met een weblog?

  • Informatie voor/over je mentorklas.
  • Informatie over je vak.
  • Leerlingen maken hun (boek)verslagen/werkstukken online.
  • Docenten maken een website met extra uitleg en/of extra opdrachten over een onderwerp.
  • Leerlingen verwerken “iets” uit de les online.

Nog geen weblog? Open dan eens een gratis weblog online, bekijk hoe simpel het werkt en de ideeën voor gebruik in de les komen vanzelf.