Leren leren, OE (observe, explain)

Richard Gunstone is bekend van de effectieve werkvorm POE (Predict, Observe, Explain) die later PEOE is geworden (Predict, Explain, Observe, Explain). Dit werkt vooral goed bij demonstratie proeven omdat je over de voorspelling een goed gesprek kan hebben.

Bij proefjes die leerlingen zelf op tafel doen schiet de voorspelling er vaak bij in, maar dat is ook niet altijd erg. Verklaren van wat je ziet (observe, explain) is al lastig genoeg vaak.

Bron: https://youtu.be/bpjDJvfElFE

Bij magnetisme geven we de leerlingen in tweetallen een simpel motortje. Een batterij, een magneet en een stukje draad. Wat ze zien is dat de batterij met de plus naar beneden zit (en er iets te zeggen is over de stroomrichting). Ook zien ze dat de motor gaat draaien tegen de klok in. Het kost leerlingen vaak veel moeite om hier de Lorenz kracht in te herkennen. En als dat eenmaal zover is dan vinden ze het lastig om de invloed van de verschillende stukjes van het raamwerk te beschrijven.

Omdat de magneten niet allemaal hetzelfde zitten blijken sommige motortjes de andere kant op te draaien en dan begint het experimenteren.

Al met al een nuttige oefening die leerlingen laat oefenen met een “leg uit” opgave.

Vervolgvragen waar ze dan over moeten nadenken zijn dan:

– hoe kan je het motortje sneller laten draaien?
– waarom versneld het motortje op een gegeven moment niet meer?
– waar komt de herrie vandaan?

Wat opvalt is dat leerlingen maar moeilijk een logisch opgebouwd verhaal kunnen opschrijven. Vaak weten ze wel wat er gebeurt maar laten ze te veel ruimte in hun betoog open die de lezer zelf moet invullen. “Ja maar dat weet u toch wel!”, zeggen ze dan. Maar dat is niet de bedoeling als er iets wordt uitgelegd.

Advertenties
Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Leren leren, maak vraag visueel

Soms is het voor leerlingen lastig om zich een beeld te vormen van Natuurkundige zaken. Op dit moment ben ik bezig met magnetische velden. De veldlijnen rondom een magneet kan je nog wel een soort van zichtbaar maken, maar het aardmagnetisch veld blijft toch een beetje vaag.

In het boek van Pulsar, 5V, hoofdstuk 10, vraag 11 staat dat het aardmagnetisch veld in Nederland aankomt onder een hoek. En dat de radiator daarom licht magnetisch is. Maar dat is allemaal moeilijk voor te stellen. (Pulsar verstopt inderdaad veel nuttige kennis in vragen.)

Deze week heb ik leerlingen per twee een blanco A4 papier gegeven met de vraag welke magnetische flux hier door heen gaat (ten gevolge van het aardmagnetisch veld), wat de maximale flux door het papier kan zijn, en hoe de flux 0 kan worden (op twee verschillende manieren).

In de oude SysNat (7e druk) was dit een opgave (maar in de 8e druk kan ik hem niet meer vinden).

Leerlingen gaan direct in overleg met elkaar. Sommige leerlingen vinden dat er helemaal geen magnetische flux door een papiertje kan, anderen denken dat ze gegevens missen. Ze gaan actief op zoek naar de oppervlakte van een A4 papiertje (ze weten meestal niet dat een A4 papiertje een vaste maat heeft). En het gegeven dat ze missen is iets van een waarde voor het B-veld. Dus krijgen ze op een gegeven moment de horizontale component van het magnetische veld, Bhorizontaal = 1,8.10-5 T.

Leerlingen hebben de opgaven hierover al lang gemaakt, maar ik merk dat het idee van een magneetveld dat onder een hoek aan komt toch niet is blijven hangen. Nu de leerlingen met elkaar praten en met het A4 papiertje spelen wordt het ineens allemaal wat inzichtelijker. Ook de stap naar een flux van 0Wb komt nu relatief snel.

Ik maak hieruit op dat het leerlingen helpt om vragen op een meer praktische manier te bekijken. Met iets in de hand, iets om mee te spelen, iets praktisch. En nee dat lukt niet met alle opgaven en alle theorie, maar met enig nadenken kan het vaker dan je in eerste instantie denkt.

 

Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen, Over onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Leren leren, praten met elkaar

Natuurkunde leren lukt niet goed in je eentje. Het blijkt lastig te zijn om (verkeerde) denkbeelden alleen aan te pakken. Praten over Natuurkunde helpt hierbij. Zeggen wat je denkt, horen wat anderen denken, discussies voeren over opgaven. Eric Mazur komt bij dan weer in beeld die eind vorige eeuw een boek publiceerde over Peer Review. Eric Mazur heeft het over active learning (overal op internet, maar bijvoorbeeld in dit artikel).

Maar ook Nobelprijswinnaar Carl Wieman zegt hierover:

Always look for ways to refine & check your thinking. (analogies, other situations, other students, Profs.)

Bron: http://www.mediatheque.lindau-nobel.org/videos/36150/lecture-scientific-approach-learning-physics/meeting-2016

Dus in de les geen mobiel, geen oortjes in voor muziek, … want dan kunnen de leerlingen niet met elkaar kletsen.

En ondanks dat ik het hier met leerlingen best vaak over heb (bijna elke les wel een keertje) gebeurt er eigenlijk bedroevend weinig. Er wordt wel wat gekletst, maar toch ook vaak over andere dingen. En leerlingen gaan naast een gezellig iemand zitten waar ze vaak geen Natuurkunde gesprek mee kunnen hebben. Of leerlingen zijn gewoonweg niet met dezelfde som bezig en kunnen dat blijkbaar ook niet afstemmen.

Natuurkundejuf beschreef laatst een mooie werkvorm waarbij discussie eigenlijk niet uit kan blijven. Ze had een aantal multiple choice vragen waarbij de antwoorden niet 123, of abc waren maar willekeurige letters. Het goede antwoord geeft dan een letter. En met alle letters samen kan je dan een woord maken.

Ik heb leerlingen in groepjes van 4 bij elkaar gezet en de opdracht met 8 of 9 vragen uitgedeeld. En dan is er ineens een gezamenlijk doel. Ieder groepje wil graag het woord vinden, en liefst niet als laatste groepje. Leerlingen gaan elkaar dingen uitleggen, gaan elkaar overtuigen, laten elkaar weten als ze het anders zien (want dan komt er een ander antwoord en een andere letter uit), …

Door wat andere letters bij de opdrachten te zetten zijn er makkelijk meer versies te maken zodat de klassen allemaal een ander woord moeten zoeken. Ik heb twee klassen bij dit onderwerp dus voor mij zijn op dit moment twee versies genoeg. Inmiddels heb ik voldoende opdrachten verzameld in allerlei boeken dat ik bij het onderwerp magnetisme vier opdrachten gemaakt heb. Twee over magnetische velden, en twee over magnetische flux.

Helaas kan ik de bestanden hier niet delen omdat ze deels opgaven en/of figuren bevatten uit verschillende methoden. Maar e.e.a. is eigenlijk wel snel zelf te maken.

Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen | Tags: , , , , | 38 reacties

Leren leren, formules in kleur

Paul Logman kwam (op Facebook) met de volgende link:
https://betterexplained.com/articles/colorized-math-equations/

Kalid Azad legt hier (wiskunde) formules uit maar maakt daarbij gebruik van formules in combinatie met tekst en geeft de onderdelen in beide beschrijvingen dezelfde kleur.

Ik denk dat veel docenten dit ook al wel doen op het bord (bijvoorbeeld een grootheid een kleur geven en dezelfde kleur gebruiken in de grafiek). Maar meestal gebeurt het denk ik niet zo gestructureerd.

Maar in het kader van leren leren zouden leerlingen dit zelf moeten doen. Bij elke formule nadenken over de betekenis, de randvoorwaarden, …. Op dit moment is mijn 4 vwo klas bezig met elektriciteit en daar komen heel veel formules langs. En leerlingen gaan daar best snel doorheen en nemen niet de tijd om hier serieus naar te kijken.

Om leerlingen te helpen heb ik twee boekjes gemaakt met de belangrijkste formules uit het hoofdstuk (hoofdstuk 3, Pulsar 3e editie, 4 vwo). De boekjes moeten uitgeprint worden (boekje 1 in kleur) op A3, de stippellijn moet opengesneden worden en dan is er een mooi boekje van te vouwen.

Boekje elektriciteit

In het eerste boekje een korte uitleg en een voorbeeld in kleur. En verder veel formules in het grijs die leerlingen zelf moeten voorzien van een kleurtje. Bij de tekening is in het voorbeeld een grafiek gebruikt, maar verderop (bij serie en parallel schakelingen) kunnen dat ook schema’s zijn, of nog iets anders. Eens kijken volgende week of ik de leerlingen hiermee aan de gang kan krijgen.

Boekje 1:

Boekje 2:

Update:

Naar aanleiding van vragen over de cirkel in boekje 2: de cirkel is bedoeld om leerlingen te laten zien dat er een verband zit tussen de grootheden. Bij P staan er drie vakjes waar de formules ingevuld kunnen worden met de andere drie grootheden. Dus de P = (iets met U en I), P = (iets met U en R) en P = (iets met R en I). En zo ook voor de andere grootheden.

Downloads:

Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Anne

Anne zat vijf jaar geleden in de sportklas.

Mobiele telefoons waren er wel en er waren ook leerlingen met mobiel internet.  Dit was de periode dat ik met leerlingen (klassen eigenlijk) berichtjes uitwisselden via Twitter (link).

Volgens mij is Twitter er inmiddels bij leerlingen helemaal uit. In deze tijd waren mobiele telefoons nog niet echt een obstakel in de klas. Leerlingen hadden hem bij zich maar meestal in de tas. Ik liet ze soms een Socrative maken waarbij ik blij was als de helft mee kon doen (geschikte telefoon, geschikte data verbinding). Er waren nog geen telefoon tassen (en die waren ook niet nodig).

Maar weer even terug naar Anne. In elke klas was er wel een leerling die de mobiel graag in de hand wilde houden. Maar ik kan me niet herinneren dat Anne zo was. Anne was een prettige leerling die in de les deed wat er van een leerling verwacht werd. Maar met 25000 tweets is er denk ik ook een deel aan mij als docent voorbij gegaan.

Anne is inmiddels 20 jaar en zegt het volgende:

‘Mijn generatie verschuilt zich letterlijk en figuurlijk achter de telefoon’

En even verder:

Zie jij het smartphone-gebruik als een verslaving?
“Absoluut. […]”

In een mooie TED-talk praat ze over deze verslaving en hoe ze hier bewust van is geworden.

Bron: https://www.youtube.com/watch?v=JCB8ZKHnLs0

En vorige maand was ze ook aanwezig bij DWDD:
https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/380127

Mooi verhaal Anne. Bedankt!

Geplaatst in Over leerlingen, Presentaties | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Leren leren, in de klas (4, het slot)

In de vorige drie berichten (1, 2, 3) heb ik beschreven waarom ik met leerlingen in gesprek wil komen over het leren leren. Welk model ik daar voor gekozen heb, en welke leerling activiteit ik heb gebruikt. In deze, laatste, blogpost nog enkele min of meer losse opmerkingen.

Uitwerkingen

In de klas mogen leerlingen geen uitwerkingen bekijken. En soms levert dat nog wel wat discussie op. Aan de hand van het model probeer ik leerlingen uit te leggen dat een opgave die “niet te maken is” bijdraagt aan diep leren. Terwijl een uitwerking bijna altijd een reactie oproept van “Oh, dat is makkelijk” waardoor al het werk teruggeschoven wordt naar oppervlakkig leren.

Daarnaast probeer ik ze uit te leggen dat het efficiënter is om bijvoorbeeld een week later naar de uitwerkingen te kijken. Allereerst bekijk je dan het eigen werk weer met een andere blik, en de tijd die je met de uitwerkingen bezig bent dragen bij aan begrip. Als je alles direct met de uitwerkingen controleert leer je minder, maar wat doe je dan een week later? Alles “nog even doorkijken” is geen nuttige activiteit, maar de eigen uitwerkingen nogmaals bekijken en dan controleren is wel een goed tijdsbesteding.

We komen dan vaak op de leerlingen die “het juiste doen op het juiste moment” en daardoor minder tijd kwijt zijn met het vak en uiteindelijk hogere cijfers halen.

Knowing Succes

Weten wat er van je gevraagd wordt is een belangrijke voorwaarde voor succes. Met leerlingen maak ik regelmatig inzicht opgaven (in de methode Pulsar zijn dat Pulsjes, maar ze staan ook in het boek “Natuurkunde is leuker als je denkt”). Meestal laat ik ze stemmen via Mentimeter.com en zelden heeft iedereen hetzelfde antwoord. En daar wordt dan duidelijk dat het opzetten van een redenering om een antwoord te verdedigen best lastig is. En ook dat als je je niet uitspreekt dat niemand weet wat je denkt (en ook niet kan helpen als het onjuist is).

Verder laat ik leerlingen zelf hun proefwerken nakijken zodat ze kunnen ervaren wat ze hebben opgeschreven en hoe zich dat verhoudt tot het krijgen van punten. (https://bernardblogt.wordpress.com/2014/01/01/proefwerk-nabespreken-zonder-frustraties/).

Systematische Probleem Aanpak

Om het diep leren een beetje sturing te geven maken we gebruik van de Systematische Probleem Aanpak (SPA) waarbij leerlingen geholpen worden om opgaven te maken als de oplossing niet voor de hand ligt. En laten we leerlingen vaak stoppen als de aanpak geformuleerd is (vanuit de gedachte dat het rekenen meestal wel lukt, en dat er tegelijkertijd veel fouten te maken zijn waardoor de punt toch vaak niet gekregen wordt).

Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen, Over Natuurkunde, Over onderwijs | Tags: , , , , | 1 reactie

Leren leren, in de klas (3, een leerling activiteit)

<< Leren leren, in de klas (2)

Een verhaal vertellen over leerstrategieën met behulp van een presentatie levert niet genoeg op. Beter is het om leerling te laten ervaren wat er bedoeld wordt, nog voor er gesproken wordt over een leer model. Ik heb mijn 4vwo en 5vwo leerlingen de volgende opdracht laten maken in een les of 3. Daarna heb ik nog gesproken over het model en gezocht naar hoe de opdracht en het model samenkomen.

De eerste opdracht.

De leerlingen hebben een leeg blanco A4 velletje gekregen en moeten dat dubbelvouwen. Het moet een boekje worden.

De eerste opdracht is eenvoudig:

  • schrijf boven op het blaadje  de tekst “De balans”
  • schrijf rechts onder je naam en je klas (het wordt JOUW boekje dus is je naam van belang)
  • teken hier tussen een balans (met potlood, op een door jou gewenste manier)

Leerlingen doen dit met meer of minder inzet. Maar na verloop van tijd heeft iedereen wel iets en blijkt het begrip balans (uit klas 2) best ver weggezakt.

De tweede opdracht

Sla je boekje open en verdeel de linker kant in twee gelijke stukken. Het bovenste stuk krijgt de titel “De balans en de hefboomregel”. De onderste helft krijgt als titel “Dichtheid en de wet van Archimedes”. Noteer in elk vakje wat je nog weet over deze onderwerpen.

Leerlingen beginnen hier wel aan maar lopen al snel vast. Het is te lang geleden en “dan weet ik het niet meer”. Dit is een goed moment om het te hebben over kennis die alleen maar groeit en die je vast moet houden. De leerlingen maken deze opdracht thuis verder af.

De derde opdracht

De tweede les hebben leerlingen als het goed is allerlei kennis opgehaald, formules opgezocht en is het tijd voor een opgave die verder thuis wordt afgemaakt. Ik heb hem opgegeven in de laatste 10 minuten. Net genoeg tijd om even te overleggen, maar niet genoeg tijd om hem helemaal af te maken. De opgave wordt gemaakt in het boekje aan de rechterkant.

Leg uit wat er gebeurt als . . . er aan de linkerkant een kilogram lood en aan rechterkant een kilo veren wordt gelegd.

Dit lijkt voor de leerlingen een simpele opgave. Soms weten of vinden ze nog dat een balans massa’s met elkaar vergelijkt (ze maken niet de stap dat er krachten vergeleken worden) en dat er dus niets gebeurt. Maar dat was kennis “van vroeger”. En na de uitleg over Archimedes moet er ook iets gedaan worden met de opwaartse kracht. De veren nemen meer ruimte in, dus een grotere opwaartse kracht, dus gaat het lood naar beneden.

Het is niet gevraagd, maar met wat aannames over met name de veren is ook uit te rekenen hoeveel verschil er zitten tussen beide armen.

De vierde opdracht

Nadat de derde opdracht is besproken, de wet van Archimedes weer is opgehaald, het verschil in volume weer bekend is, … komt de volgende en laatste opdracht (weer aan het einde van de les en nu voor op de achterzijde van het boekje).

Leg uit wat er gebeurt als . . . er aan de linkerkant een kilogram ijs en aan rechterkant “ook iets” gelegd wordt zodat de balans in evenwicht is.

Hier gaat het ineens snel. IJs gaat smelten, en de dichtheid verandert. En nee, het water loopt niet van de balans af. Veranderende dichtheid betekent een ander volume, … enz.

Hoewel deze opgave anders is dan de eerste opgave is er duidelijk zicht op de transfer van kennis van opgave 1 naar opgave 2.

Afsluiting

De laatste les die ik besteed aan deze oefening bespreken we eerst het ijs, en dan loop ik het model langs waar “De balans oefening” de belangrijkste stappen van het model zichtbaar maakt. Van oppervlakkig leren, naar diep leren, naar transfer. Tot slot nog even aandacht voor “Knowing Succes” en de omgevingsfactoren en dan is de kapstok wel opgetuigd. De komende tijd hebben de leerlingen een referentie die we gemakshalve maar “De balans” blijven noemen.

Deel 4 (het slot) staat hier.

Geplaatst in Leren leren, Over leerlingen, Over lessen, Over Natuurkunde | Tags: , , , , | 2 reacties