Leren leren, praten met elkaar

Natuurkunde leren lukt niet goed in je eentje. Het blijkt lastig te zijn om (verkeerde) denkbeelden alleen aan te pakken. Praten over Natuurkunde helpt hierbij. Zeggen wat je denkt, horen wat anderen denken, discussies voeren over opgaven. Eric Mazur komt bij dan weer in beeld die eind vorige eeuw een boek publiceerde over Peer Review. Eric Mazur heeft het over active learning (overal op internet, maar bijvoorbeeld in dit artikel).

Maar ook Nobelprijswinnaar Carl Wieman zegt hierover:

Always look for ways to refine & check your thinking. (analogies, other situations, other students, Profs.)

Bron: http://www.mediatheque.lindau-nobel.org/videos/36150/lecture-scientific-approach-learning-physics/meeting-2016

Dus in de les geen mobiel, geen oortjes in voor muziek, … want dan kunnen de leerlingen niet met elkaar kletsen.

En ondanks dat ik het hier met leerlingen best vaak over heb (bijna elke les wel een keertje) gebeurt er eigenlijk bedroevend weinig. Er wordt wel wat gekletst, maar toch ook vaak over andere dingen. En leerlingen gaan naast een gezellig iemand zitten waar ze vaak geen Natuurkunde gesprek mee kunnen hebben. Of leerlingen zijn gewoonweg niet met dezelfde som bezig en kunnen dat blijkbaar ook niet afstemmen.

Natuurkundejuf beschreef laatst een mooie werkvorm waarbij discussie eigenlijk niet uit kan blijven. Ze had een aantal multiple choice vragen waarbij de antwoorden niet 123, of abc waren maar willekeurige letters. Het goede antwoord geeft dan een letter. En met alle letters samen kan je dan een woord maken.

Ik heb leerlingen in groepjes van 4 bij elkaar gezet en de opdracht met 8 of 9 vragen uitgedeeld. En dan is er ineens een gezamenlijk doel. Ieder groepje wil graag het woord vinden, en liefst niet als laatste groepje. Leerlingen gaan elkaar dingen uitleggen, gaan elkaar overtuigen, laten elkaar weten als ze het anders zien (want dan komt er een ander antwoord en een andere letter uit), …

Door wat andere letters bij de opdrachten te zetten zijn er makkelijk meer versies te maken zodat de klassen allemaal een ander woord moeten zoeken. Ik heb twee klassen bij dit onderwerp dus voor mij zijn op dit moment twee versies genoeg. Inmiddels heb ik voldoende opdrachten verzameld in allerlei boeken dat ik bij het onderwerp magnetisme vier opdrachten gemaakt heb. Twee over magnetische velden, en twee over magnetische flux.

Helaas kan ik de bestanden hier niet delen omdat ze deels opgaven en/of figuren bevatten uit verschillende methoden. Maar e.e.a. is eigenlijk wel snel zelf te maken.

Reflecteren op het eigen leerproces

Reflecteren op leren. Reflecteren op eigen leerproces. Het is zo’n zinnetje in de syllabus van het vwo Natuurkunde examen waar je snel overheen leest (omdat het niet over Natuurkunde gaat). Het nabespreken van toetsen is voor mij een handig moment om eens met leerlingen te reflecteren op wat ze gedaan hebben. Maar onlangs werd ik door de schoolleiding teruggefloten. En moest ik in een bepaalde jaarlaag toetsen nabespreken zoals “99% van de collega’s” het doet. Wat op zich niet heel logisch is omdat de school in haar ontwikkelplan “reflecteren op eigen leerproces” ook heeft opgenomen.

Hieronder drie manieren om toetsen na te bespreken.

Zoals vroeger

Vaak worden toetsen nagekeken en beoordeeld op het werk van de leerling. Vaak met een rode pen (ik ben zelf meer een ‘groene’ docent). En hoewel dat heel eenduidig lijkt is het dat vaak toch niet. Sommige docenten scoren fouten (min-punten) anderen scoren gehaalde punten (plus-punten). In het werk wordt soms (maar niet zo vaak, want het is extra werk) aangegeven waar de leerling de mist in gaat. Heel soms wordt in het werk ook iets gezegd over wat ik dan maar noem “het proces” (notatie, logica, afronden op verkeerde plek, …).

Dit is wat bedoeld werd met “99% van de collega’s”.

Maar wat kan een leerling hier nu mee? Kan je nog objectief reflecteren als er een groot rood kruis doorheen staat. Of een -vaak kleinere- krul. Volgens mij ontneem je de leerling hier een belangrijk moment van reflectie.

Proefwerk nabespreken zonder frustratie

Zo noemde ik eerder (hier) een nabespreking waarbij een leerling zijn eigen werk nakijkt zonder aantekeningen van de docent. De leerling wordt dan gedwongen om nog eens goed te kijken naar zijn eigen verhaal. Is het wel duidelijk opgeschreven, snap ik het zelf nog, wat kan ik volgende keer beter doen, … In de praktijk scoren de meeste leerlingen hetzelfde als de docent. Ze weten heus wel of het goed of fout is. En de enkele leerling die zichzelf teveel of te weinig punten geeft daar moet je dan even mee praten. Onzeker? Overschatting? Moeite met het interpreteren van antwoorden?

Annelien Jonkman schrijft hier over (Onderwijsblad, mei 2017, bladzijde 55):

Het toeval bepaalde dat ik die les nog een deel van het SE moest bespreken. Dat vind ik altijd heel erg lastig, omdat leerlingen nadat zij eenmaal een toets hebben gemaakt eigenlijk niet meer geïnteresseerd zijn in wat zij fout hebben gedaan. Ze hebben een cijfer, niks meer aan te doen, gewoon weer door. Dus ik laat leerlingen tegenwoordig hun eigen toetsen nakijken. Alles moet dan van tafel en van mij krijgen ze een steeds wisselende fluorescerende kleurpen. Dat werkt heel goed. Leerlingen gaan uiteraard met mij in discussie of er uit de berekening van hun foute antwoord toch nog ergens een puntje te wurmen is. Dat moedig ik ook aan. Thuis kijk ik alles nog een keer na en verreweg de meeste leerlingen blijken dan uitstekend correctiewerk te kunnen leveren.

De effectiviteit is veel groter als leerlingen nogmaals naar hun eigen werk kijken, maar nu met de bril van een beoordelaar. Ze zien dan ook dat notatie er toe doet.

Niet meer nabespreken

Bij mij op school is het nabespreken van proefwerken verplicht. De vraag is of dat nodig en/of effectief is. Onlangs hoorde ik Alan November in een podcast van de CoolCatTeacher Vicki (http://coolcatteacher.blogspot.nl/2017/06/alan-november-shares-mind-blowing-new.html) praten over een uitwerking van Eric Mazur. Mazur is bij mij vooral bekend van zijn voorkeur naar peer review waarbij studenten vooral met elkaar in gesprek gaan. Met betrekking tot de toetsen heeft hij dit idee verder doorgetrokken. Leerlingen maken een individuele toets die wordt beoordeeld. Daarna wordt de toets niet besproken maar worden de leerlingen in groepjes gezet en maken ze gezamenlijk de toets nog een keer, waarbij ze mogen overleggen. Het eindcijfer bestaat uit 50% het individuele cijfer en 50% het groepscijfer.

Leerlingen gaan hier dus met elkaar in gesprek. Gaan elkaar overtuigen omdat het antwoord (het juiste antwoord) er toe doet. Na verloop van tijd blijkt ook het individuele cijfer hoger te worden. Leerlingen hebben meer begrip gekregen.

Op de school waar ik nu werk denk ik niet dat ik dit binnen afzienbare tijd kan uitproberen. Helaas. Ik ben er van overtuigd dat het een effectieve methode kan zijn.