Woordzoekers

Woordzoekers zijn een beetje saaie puzzels. Er is een lijst met woorden en meestal een rechthoek of vierkant met letters en het is de bedoeling dat je de woorden vindt en wegstreept.

Woorden bekijken, opzoeken en wegstrepen kan goed gebruikt worden bij talen of nt2 waarbij leerlingen gewend raken aan een woordbeeld.

Via Facebook kwam ik een variant tegen waarbij een woordpuzzel gebruikt werd als introductie activiteit bij een nieuwe klas. De namen van alle leerlingen stonden in de woordpuzzel maar de namen werden niet gegeven. Leerlingen moeten elkaars naam vragen, die dan opzoeken en wegstrepen.

Een woordzoeker wordt interessanter als er een extra denkstap wordt toegevoegd. De woorden die je moet wegstrepen staan er niet letterlijk bij maar er staat iets anders. Bijvoorbeeld een Engels woord terwijl de Nederlandse vertaling moet worden weggestreept. Of de afkortingen van scheikundige elementen waarbij de gehele naam gezocht moet worden, of grootheden of eenheden bij Natuurkunde, of onderdelen in figuren die leerlingen moeten kennen. Het toevoegen van een extra denkstap maakt een woordpuzzel een goede en nuttige activiteit die in elke klas gedaan kan worden.

Het maken van een woordpuzzel is niet heel lastig. Online zijn hier veel programma’s voor te vinden (zoeken op crossword generator). Zelf gebruik ik al langere tijd: http://puzzlemaker.discoveryeducation.com/WordSearchSetupForm.asp. Liefst maak ik de lijstje eerst in Word en knip/plak ze dan in het juiste veld. Zo kan ik ze later nog hergebruiken of aanpassen als er een fout in zit. De puzzel knip/plak ik dan van het scherm en plaats het in Word of Powerpoint. Woordzoekers moet je wel een geschikt lettertype geven (in dit voorbeeld is Courier gebruikt).

Discovery Education heeft ook andere puzzel generatoren om te gebruiken (http://puzzlemaker.discoveryeducation.com/).

Systematische Probleem Aanpak (SPA)

In het vorige bericht gaf ik aan dat ik geen geschikte publicaties kon vinden om leerlingen duidelijk te maken waarom een systematische manier om vraagstukken op te lossen handig is. Hierbij een aangepaste versie van een Systematische Probleem Aanpak (SPA) als boekje (A5) voor leerlingen met een SPA-kaart (op één A4).

De leerlingen ervaren in de bovenbouw meer problemen bij het oplossen van vraagstukken dan in de onderbouw. Volgens mij komt dat vooral omdat er steeds meer denkstappen gemaakt moeten worden. Om denkstappen goed te kunnen maken moet de leerling veel weten (theorie) en ook een zekere mate van inzicht hebben in de materie. Een systematische probleemaanpak helpt de leerling om blokkades eerder zichtbaar te maken. De leerling kan dan beter aangeven waar zijn/haar probleem precies zit.

Deze Systematische Probleem Aanpak (SPA) gaat uit van 5 fasen:





De namen van de verschillende fasen wijkt af van de SLO-methode (en de meeste andere methoden). Er is gekozen voor 5 fasen om leerlingen duidelijk te laten ervaren waar de problemen zitten. Meer fasen kan ook maar die onthoudt de leerling waarschijnlijk niet goed.

Er is gekozen voor benamingen die een leerling aanzet tot actie. Dus “Lezen” (i.p.v.  “Voorbereiding”), “Verwoorden” (i.p.v. “Analyse”), “Aanpak” (i.p.v. “Plan”), “Uitvoeren” (i.p.v. “Antwoord”) en “Controleren” (i.p.v. “Controle”). In het boekje worden de belangrijkste kenmerken van elke fase genoemd. Er is nog wel wat meer over te vertellen maar er is voor gekozen om het boekje te beperken tot 16 bladzijden (A5).

Volgens Schoenfeld (1992) springen ervaren leerlingen tussen de verschillende fasen heen en weer.

Voor docenten zijn ook een korte handleiding, een presentatie en oefenopgaven voor het vak Natuurkunde beschikbaar. De bronbestanden (met cc by licentie) kunnen hieronder ook worden opgehaald.

Downloads

SPA-boekje voor leerlingen (pdf)

SPA-kaart voor leerlingen (pdf)

SPA-docent overwegingen voor docenten (pdf)

SPA-presentatie (pdf)

SPA-opgaven blad met Natuurkunde opgaven om te oefenen na de presentatie (pdf)

SPA-bronbestanden (doc, key, ppt, pptx)

Literatuur

Schoenfeld (1992). Learning to think mathematically: problem solving, metacognition, and sense making in mathematics. Handbook for Research on Mathematics Teaching and Learning, New York, Macmillan. (online te vinden)

Vraagstukken oplossen

Het oplossen van vraagstukken is in de bovenbouw ineens een stuk lastiger dan dat het in de onderbouw was. In ieder geval bij de meeste bèta vakken. Docenten hebben het in dit verband al snel over een systematische manier van werken. Het SLO heeft in 2004 een aantal boekjes uitgeven over “de” Systematische Probleem Aanpak (SPA) met voorbeelden uit de biologie.

Systematische Probleem Aanpak is een wat eigenaardige naam. “Systematisch” werken klinkt wel logisch hoewel het niet zomaar duidelijk maakt wat er bedoeld wordt. “Probleem” lijkt een slechte vertaling te zijn van het Engelse problem. In het Nederlands hebben we het in de praktijk eigenlijk nooit over problemen, eerder over opdrachten, opgaven, vraagstukken. En “aanpak” geeft ook niet heel veel informatie.

Het lijkt er op dat Systematisch Vraagstukken Oplossen (SVO) een betere benaming zou zijn.

Maar misschien is het niet aan mij om deze titel nu te veranderen. Inhoudelijk voelt de SLO methode echter ook niet lekker aan.

  • Voorbereiding
  • Aanpak
  • Antwoord
  • Controle

Wat gaat een leerling doen bij voorbereiding of antwoord? Geeft dit voldoende duidelijk aan wat er bedoeld wordt?

In Natuurkunde methodes wordt deze manier van werken niet overgenomen. Eigenlijk is er in de meeste methodes helemaal geen duidelijkheid te vinden over een handige strategie om een vraagstuk op te lossen. Hieronder enkele punten die ik tijdens mijn onderzoek naar SPA ben tegengekomen.

De Twente Academy benoemt het geheel als volgt:

Een Systematische Probleem Aanpak is een gestructureerde methode om complexe vraagstukken op te lossen, waar je niet direct een antwoord op hebt. Door volgens een vastgelegd plan te werken kom je makkelijker en sneller tot de oplossing en loop je minder gevaar kleine foutjes te maken of de draad kwijt te raken. Daarnaast wordt je ‘verplicht’ om alle denkstappen vast te leggen, waardoor je zelfs bij een fout antwoord meer kans hebt om toch (een deel van de) punten te krijgen.

Zij gebruiken de APUC-methode: Analyse, Plan, Uitvoering en Controle. De SLO-beschrijving lijkt hier op aan te sluiten. Ik herken dat het systematisch werken leerlingen sneller en beter tot een juist antwoord brengt. Wat zij beschrijven als een “vastgelegd plan” (volgens mijn bedoelen ze hier de SPA aanpak zelf mee) is volgens mij nog iets te kort door de bocht. Het lijkt ook te gemakkelijk. Volg de vier stappen en je haalt een 10.

De APUC-methode lijkt meer gebruikt te worden bij het doen van een onderzoek(je) en is in mijn ogen niet zomaar geschikt om vraagstukken mee “te onderzoeken”.

Polya (1957) beschrijft voor het oplossen van wiskunde problemen vier fasen: Understand the problem, Make a plan, Carry out the plan, Look back. Polya heeft in zijn boek ook een belangrijk stuk ingeruimd voor heuristiek. Heuristiek is volgens het woordenboek “een wetenschappelijke strategie om problemen systematisch op te lossen en dingen methodisch te ontdekken”. Polya heeft heel veel begrippen opgenomen met het idee dat als je dat allemaal weet dat je de juiste keuzes kan maken en een oplossing bijna gegarandeerd is.

Het oplossen van een vraagstuk wordt hier terug gebracht tot iets simpels. Begrijp de vraag, bedenk hoe je die vraag gaat oplossen, doe dat dan en controleer nog even of het antwoord ergens op slaat. Maar helpt dat een leerling die merkt dat het oplossen niet meer zo makkelijk gaat in de loop der jaren?

Schoenfeld (1992) gebruikt 6 fasen: Read, Analyse, Explore, Plan, Implement en Verify. Wat Schoenfeld ook doet is kijken hoe die fasen doorlopen worden door onervaren studenten, meer ervaren studenten en wat hij experts noemt.

Schoenfeld geeft aan dat deze fasen wel bestaan en in principe een volgorde hebben, maar studenten met veel ervaring wijken af van deze vaste volgorde en springen snel tussen als die fasen heen en weer.

Mettes en Pilot (1980) gebruiken de SPA (met een SPA-kaart) in combinatie met Kern Begrippen (KB).  Op de KB-kaarten noteren ze “kennis” die bij een onderwerp hoort. Een soort schematische samenvatting of heuristiek zoals Polya die ook gebruikt. De insteek die Mettes en Pilot kiezen vind ik wel mooi: “Vraagstukken oplossen terwijl je niet direct weet hoe”.

Er is ook nog een boekje online te vinden dat “Systematische Probleem Aanpak, systematisch natuurkundige problemen oplossen in de bovenbouw” heet (oorsprong onduidelijk). Hierin worden 7 fasen gebruikt:

  • Fase 0: Lees de vraag zorgvuldig door
  • Fase 1: Gegevens verzamelen
  • Fase 2: Een formule uitkiezen
  • Fase 3: De formule invullen
  • Fase 4: Kan dit kloppen?
  • Fase 5: Is de vraag beantwoord?
  • Fase 6: Eenheden en significante cijfers

De fasebeschrijvingen zijn hier vrij lang (gaat een leerling die onthouden?) en voelen ook niet helemaal duidelijk. “Fase 2: Een formule uitkiezen” mist bijvoorbeeld nogal wat nuances. De stap tussen fase 1 en fase 2 gaat wel snel terwijl leerlingen hier vaak problemen tegenkomen.

Conclusie:

Om leerlingen duidelijk te maken wat ik precies bedoel met het systematisch oplossen van vraagstukken zijn geen van de gevonden publicaties echt geschikt. Het wordt tijd om een eigen SPA versie te gaan maken. Maar dat zal een nieuw bericht moeten worden.

Bronnen:

Mettes en Pilot (1980). Over het leren oplossen van natuurwetenschappelijke problemen. Een methode voor ontwikkeling en evaluatie van onderwijs, toegepast op een kursus Thermodynamika. Proefschrift Technische Hogeschool Twente.

Polya, G. (1957), How to solve it – second edition, Princeton: Princeton University Press. (online te vinden)

Schoenfeld (1992). Learning to think mathematically: problem solving, metacognition, and sense making in mathematics. Handbook for Research on Mathematics Teaching and Learning, New York, Macmillan. (online te vinden)

 

SMART board: 4 op een rij

Hoe kan je vier op een rij inpassen in de les (hier met een SMART board)?

Voor de momenten dat je 10 minuten “over” hebt in een les en de leerlingen nog niet met de tassen bij de deur wilt hebben staan is het handig om een aantal SMART board Notebook bestanden klaar te hebben staan waarmee je snel iets kan doen. Vier op een rij is een bekend spel (twee teams, gele of rode schijfjes vallen altijd helemaal naar beneden, wie het eerste 4 schijfjes van dezelfde kleur op een rij hebben horizontaal, verticaal of diagonaal heeft gewonnen). Je kan het spel gewoon spelen, maar waarschijnlijk kan je er net zo snel een vakinhoudelijk spel van maken. Noem een scheikundig symbool, een Engels woord om te vertalen, een letter van een grootheid, of een eenheid waarbij de grootheid gevraagd wordt, … Verdeel de klas in tweeën, stel een vraag en bij een goed antwoord mag er een schijfje geplaatst worden. Met 6 rijen van 7 kolommen zijn er in principe niet meer dan 42 vragen nodig (maar meestal kom je daar niet aan). In het bijgevoegde Notebook bestand zijn de schijfjes Infinite Cloners en is “de houder met de gaten” vastgezet.

Ook kan je een spel meer voorbereiden. In elk rondje komt een vraag. Bijvoorbeeld een scheikundige formule van een zout. De leerling kiest er één uit, geeft de juiste naam en mag dan een schijfje plaatsen op die plek.

Op zich kunnen leerlingen dit zelf doen (leerlingen aan het bord). Mooi is dat de leerling vrij is om te kiezen welke van de 7 “onderste” mogelijkheden hij of zij kiest. Strategische overwegingen maken de keuze iets kleiner, maar eigenlijk kan iedere leerling met succes naar het bord en weer terug naar zijn of haar plaats.

Ook kunnen bijvoorbeeld Engelse woordjes in de cirkeltjes geplaatst worden. Met de vraag om ze te vertalen.

De letters staan onder de kolommen zodat leerlingen duidelijk kunnen maken waar de schijfjes moeten vallen (als ze niet zelf aan het bord staan) of om binnen het team te kunnen overleggen over een strategie.

Het SMART Notebook bestand staat hier.

Weblog als hulp meester

Henk Pol (UTwente) heeft tijdens de Woudschoten conferentie Natuurkunde 2010 (afgelopen 10 en 11 december) een lezing gegeven:

Probleem: hoe leer ik mij leerlingen problemen oplossen?

Henk Pol ging onder andere in op de verschillen tussen “professionals” en “leerlingen” bij het oplossen van problemen. Waarbij problemen dan opgaven zijn waarbij de oplossingsrichting niet direct duidelijk is en er enig nadenkwerk en inzicht vereist is. Hij benoemde de volgende onderdelen in het oplossingstraject:

  • lezen (wat staat er)
  • analyseren (wat wordt er gevraagd)
  • exploreren (enkele berekeningen maken op een kladblaadje)
  • plannen (welke berekeningsstappen moet ik maken om tot een goed antwoord te komen)
  • implementeren (doen)
  • controleren (kan het verkregen antwoord wel kloppen)

“Proffesionals” (mensen die hier in doorgeleerd hebben) beginnen bij het lezen en springen vervolgens door deze stappen heen en weer totdat er een oplossing komt. Leerlingen gaan vaak direct rekenen tot er “een” antwoord komt om het daar dan vervolgens bij te laten. En dan ontstaan antwoorden als fietsers die 2000 km/h fietsen, of 12 m3 hout nodig voor een schilderij lijstje.

Leerlingen leren om problemen aan te pakken lijkt de handigste strategie om dit te verbeteren maar echt makkelijk is dat niet. Leerlingen lopen in het begin vaak vast in een opgave en hebben dan een zetje nodig om weer verder te komen. In de klas is de docent daarvoor aanwezig en na school de huiswerk begeleiders. Maar deze tijd benutten leerlingen niet altijd even goed en ook is er maar beperkte tijd in een les voor een leerling beschikbaar. En dus gaat de leerling aan het werk (neem ik dan maar aan) als er niemand is die kan helpen, loopt de leerling snel vast en verdwijnt het huiswerk in een donker hoekje van de kamer (“Moeilijk meester”). En dat terwijl het vastlopen zo nuttig is en de leerling juist verder kan helpen.

Henk Pol heeft hier onderzoek naar gedaan en leerlingen bij het oplossen van problemen bekeken. De leerlingen hadden aanwijzingskaartjes die gebruikt mochten worden als het verder niet ging lukken. De leerlingen werkten door tot het antwoord juist op papier stond. Er is ook een computer programma gemaakt waarmee leerlingen opgaven kregen en aanwijzingen konden opvragen.

Weer terug van de conferentie bleef het idee van een systeem waarin opgaven zitten die leerlingen kunnen maken met behulp van aanwijzingen (en waarbij ze kunnen controleren of het antwoord goed is) door mijn hoofd spoken. Aangezien kennis (om zelf zo’n programma te programmeren) als geld (onderwijs :-)) een beperking zijn voor mij als docent ben ik op zoek gegaan naar bestaande software om een systeem mee op te bouwen. Uiteindelijk ben ik uitgekomen bij een (gratis WordPress) weblog om mijn “hulpmeester” tot leven te laten komen: hulpbijnask.nl.

Bij de weblog maak ik gebruik van de mogelijkheid om ook statische bladzijden aan te maken die niet in de weblog structuur (chronologisch) worden geplaatst.

De leerling zoekt een onderwerp op:

De leerling kiest een opgave om uit te werken (de sterretjes geven een indicatie van de benodigde tijd). De opgaven hebben wel een bepaalde opbouw dus het lijkt handig om ze gewoon op volgorde te maken. De opgaven zijn niet lesstof vervangend (dus eerst de opgaven maken die in de les behandeld worden) en meer bedoeld om te oefenen voor een proefwerk. Als de indeling op de website niet past bij de lessen dan kan er ook vanuit bijvoorbeeld een ELO een link naar de opgaven gemaakt worden die relevant zijn.

De leerling kan nu aan het werk gaan. Blaadje pakken, tekening maken, formules verzamelen, enz. En als het niet lukt dan bekijkt de leerling een aanwijzing:

Aanwijzingen geven de leerlingen wel een richting. En na veel aanwijzingen wordt er ook wel duidelijk aangegeven wat er gedaan moet worden. Maar het antwoord wordt pas gegeven als de leerling de opgave heeft gemaakt. Het antwoord dient als wachtwoord om de uitgewerkte opgave te kunnen zien.

In principe verwijzen de aanwijzingen telkens weer naar de methode die gebruikt wordt. In de website kan ook nog (beperkte?) theorie worden opgenomen. Het is vooral een kwestie van hoeveel tijd er beschikbaar is om de website te vullen.

Leerlingen gebruiken hulpbijnask vooral om “even snel” iets te oefenen en dat werkt niet zo goed. Je moet een opgave echt wel maken, de aanwijzingen volgen, een antwoord zien te krijgen. Er staan niet direct uitwerkingen online maar die staan als het goed is al in het schrift. Dus op zich is dat niet zo erg. Misschien wordt de website wel meer voor de studiebegeleiders/ouders die leerlingen inhoudelijk niet zo goed kunnen helpen, maar wel de tijd kunnen vinden om met de leerling te werken.

Technisch werkt de gratis weblog erg goed voor dit doel. Dit bericht is niet zo geschikt om dieper in te gaan op bepaalde instellingen en keuzes bij de opbouw van de website. Kijk even rond op de website Hulpbijnask.nl en vul -daar- bij technische vragen of opmerkingen het contactformulier in. Hulpbijnask.nl heeft een cc by licentie. Voor hulpbijnask gebruik ik op dit moment het thema TwentyTen het standaard thema van WordPress (vooral omdat het de bladzijden goed laat printen).

De kerstvakantie toch niet zo goed benut ..... 12 januari proefwerk

Verslagen online laten beoordelen met weblog

Leerlingen krijgen vaak opdrachten waarbij ze een verslag moeten maken van hun ervaringen. De docent bekijkt het verslag, stelt nog wat vragen, leerlingen maken het verslag nog wat beter en krijgen een cijfer.

Bij het hele proces is er contact tussen docent en leerling. Er is geen contact tussen leerlingen onderling. Waarom eigenlijk niet? Kunnen leerlingen de verslagen niet van elkaar nakijken? Is het lezen van verslagen van anderen niet leerzaam?

Ik heb wel eens bedacht dat leerlingen elkaars verslagen zouden moeten nakijken, maar zag toen erg op tegen de organisatie daarvan. De verslagen moeten rond gaan, en niet zoekraken, weer terug komen, en aangevuld worden. Met papier is dat een lastig traject en moet het beoordelen ook eigenlijk voor een groot deel in de les gedaan worden.

Als een digitaal verslag beoordeeld kan worden, eventueel thuis, dan is de organisatie wellicht eenvoudiger en de kans op zoekraken van verslagen kleiner. Uiteindelijk heb ik een klas digitale verslagen laten maken van een praktische proef die te veel tijd kost in een les (ongeveer 3 dagen). De verslagen hebben ze van elkaar beoordeeld en de gestelde vragen online beantwoord. Hiervoor heb ik een (gratis WordPress) weblog gebruikt.

De opdracht

Bij het natuur- en scheikunde onderwerp Stoffen hebben leerlingen gekeken naar stofeigenschappen, faseovergangen, scheidingsmethoden, enz.

De halve klas heeft als opdracht om een schaal te vullen met water, hier zout in op te lossen tot er zout op de bodem bleef liggen, er omgekeerd een grote (Bravilor) koffiefilter in te zetten en dan te kijken wat er gebeurt.

De andere helft van de leerlingen neemt twee glazen gevuld met water, ook hier zout in op lossen, de glazen op een dienblad zetten en er een touwtje tussen spannen en dan ook gaan waarnemen.

Beeldcitaat

Het verslag

Het verslag in de tweede klas is nog redelijk eenvoudig.

  1. Een (passende) titel
  2. Een tekening (in dit geval een foto)
  3. Wat heb je gedaan
  4. Wat heb je gezien
  5. Wat heb je geleerd

De beoordeling

Leerlingen kregen de opdracht om een verslag van een andere leerling te lezen (ik heb de leerlingen zo veel als mogelijk gekoppeld aan een verslag van de andere proef) en er een commentaar bij te zetten met 2 positieve opmerkingen en 2 verhelderende vragen.

Laatste reactie

Daarna gingen leerlingen terug naar hun eigen verslag. En daar moesten ze een commentaar plaatsen met een reactie op de vragen. En als het nodig was konden de leerlingen ook nog hun eigen verslag verbeteren.

Wat ging goed en wat kan beter?

Leerlingen hebben nog weinig ervaring met het werken online en hebben ook zelf geen weblog. Daarom heb ik besloten om een centrale weblog te gebruiken waar alle verslagen verzameld worden.

Voor de weblog heb ik gebruik gemaakt van een gratis WordPress weblog (wordpress.com) met een “foto” thema (Duotone). Dit thema toont een foto (één) waarbij de achtergrond zich aanpast aan de kleurstelling van de foto met daaronder de tekst. Helaas is het niet zo goed te printen, maar online ziet het er mooi uit.

Bij een WordPress weblog kan je aangeven dat je ook berichten kan plaatsen door een email te sturen naar een speciaal email adres (Dashboard, Mijn Blogs en dan aanklikken “Post by email”). Leerlingen hebben hun verslag dan ook naar mijn school mail gestuurd. Een mail met de titel van het verslag bij het onderwerp, een foto als bijlage, en de tekst van het verslag in het bericht. Na een korte controle op ongewenste toevoegingen (achternamen, leeftijd, …) heb ik de mail doorgestuurd (bij doorsturen wordt de bijlage ook doorgestuurd, wel even FW: verwijderen en het mailadres uit het bericht). Het verslag staat daarmee direct online. De titel, een foto en de tekst.

Beeldcitaat

Beeldcitaat

Voor het plaatsen van de verslagen heb ik alle gemailde verslagen dus eenmaal moeten openen, snel bekeken op rariteiten en daarna door moeten sturen naar het speciale emailadres. Dit kost weinig tijd (en gebeurt niet bij de weblog maar met het school mailprogramma).

De leerlingen hebben het te beoordelen verslag opgezocht, gelezen en over het verslag 2 positieve opmerkingen en 2 vragen geplaatst als reactie onder het verslag. Het is opvallend hoe scherp leerlingen het verslag bekijken. Als het verslag rammelt dan zien ze dat ook direct en stellen er vragen over.

Vervolgens hebben de leerlingen de vragen over hun verslag beantwoord (eveneens in een reactie onder het verslag).

Beeldcitaat

De verslagen zijn pas na de deadline geplaatst (gemaild) en de reacties heb ik ook pas na de deadline goedgekeurd (als moderator van de weblog kan je aangeven dat reacties goedgekeurd moeten worden voor plaatsing online). Omdat ik als moderator de reacties moet goedkeuren krijg ik elke reactie ook gemaild (dat heb ik zo in gesteld in WordPress) zodat ik een goed overzicht heb van de voortgang.

Tot slot heb ik de verslagen en de reacties beoordeeld. Hiervoor heb ik een Google Documents bestand gebruikt zodat ik thuis en op school aan de beoordeling kon werken. Elke stap heeft een korte reactie gekregen van mij en een aantal punten (5 voor het verslag, 2 voor de reactie, 2 voor het antwoord, en 1 voor de moeite = maximaal een 10, met 1 punt aftrek voor elke gemiste deadline). Mijn reactie (met cijfer) heb ik niet online gezet maar naar de leerlingen gemaild.

Leerlingen vinden het in eerste instantie niet zo’n goed idee om het verslag online te zetten. Maar vinden het toch wel mooi als het daar zo staat. Ook ervaren ze hoe een reactie geplaatst wordt en hoe een persoonlijke reactie aankomt en dat het fijn is als er in de reactie eerst iets positief staat.

Het gehele proces heeft zich buiten de les afgespeeld. Na het geven van de opdrachten en het stellen van deadlines zijn leerlingen thuis aan de slag gegaan. Er hebben zich geen technische problemen voorgedaan met de WordPress software. Eén leerling heeft een deadline (op zondag nacht) gemist door computerproblemen thuis maar dat maandag op school alsnog hersteld.

Al met al is het een succesvolle onderneming geweest die voor herhaling vatbaar is. Het is mooi om te zien dat leerlingen ook thuis serieus aan het werk zijn. Het gehele project heeft ongeveer 4 weken geduurd (herfstvakantie voor het uitvoeren van de proef, en dan nog 2 keer een week voor de reacties). Door de deadlines ruim te stellen (bijna een week) heeft bijna iedereen de deadlines gehaald wat voor de voortgang van het project wel erg prettig is.

De verslagen zijn hier te bekijken. Aan de verslagen (en dan vooral de foto’s) is ook goed te zien wie niet goed gepland heeft. Sommige foto’s zijn niet na 2 of 3 dagen gemaakt maar bijna direct na het starten van de proef. Sommige leerlingen zijn ook slordig en hebben de koffiefilter of het touwtje zoek gemaakt dat ze hebben gekregen om de proef uit te voeren.

SMARTboard functie: Pull tab (landingsplaats)

In eerdere berichten heb ik Pull tab besproken en er een paar voorbeelden bij gegeven.

De pull tab geeft je de mogelijkheid om gegevens buiten beeld te plaatsen en ze snel op het scherm te krijgen. Meestal maakt het niet zoveel uit waar de pull tab de gegevens toont. Maar soms is de plaatsing van de gegevens wel van belang. In het voorbeeld van het liedje Weeping Willy is het wel van belang om de woorden op de juiste plaats te zetten.

Om je te helpen om de gegevens op de juiste plaats te zetten kan je een “landingsplaats” maken voor de pull tab. Deze landingsplaats heeft meestal dezelfde vorm als de pull tab zelf, alleen is het object gedeeltelijk doorzichtig gemaakt.

Als de pull tab precies op de landingsplaats terecht komt staan de gegevens goed op het scherm. Vooral als je een SMARTboard in de klas gebruikt is het fijn om de gegeven snel juist neer te zetten.

Hieronder nog een voorbeeld van een invulschema over zuren en basen (bij scheikunde) waarvan ik als voorbeeld slechts een stukje gebruikt heb (met dank aan Ria Kraakman-van der Zwet via leermiddelen.digischool.nl na inloggen). Het rode bolletje is hier de pull tab (en de landingsplaats is het rode bolletje dat deels doorzichtig gemaakt is). Vooral bij zo’n schema is een nauwkeurige plaatsing van de pull tab van belang om het geheel leesbaar te houden.

Bronnen

Het Notebook bestand is hier op te halen

Bloggen bij natuur- en scheikunde

Leerlingen hebben in de eerste klas een half jaar lang 2 lessen natuur- en scheikunde in de week. In de tweede klas is het een heel jaar 2 lessen per week. Leerlingen hebben (krijgen/kopen/huren) geen boek maar gebruiken een groot A4 schrift met een harde kaft om in te werken. Wat er in het schrift komt is afhankelijk van het onderwerp en van de leerling zelf. De ene leerling schrijft makkelijker, de andere leerling tekent liever. Bij proefjes beschrijven leerlingen wat er gedaan is (met een materiaal lijst en een opstellingstekening) en wat ze gezien hebben. De nadruk ligt op het waarnemen en het verwerken van deze waarneming. Als het goed gaat beschrijven leerlingen ook wat ze geleerd hebben, en als ze het overzien beschrijven ze wat de ene les met de andere les te maken heeft.

In de tweede helft van het tweede jaar zijn leerlingen redelijk bedreven in het verwerken van de lessen. Afgelopen januari ben ik met één klas gaan kijken of het mogelijk was om het papieren schrift te vervangen voor een digitaal schrift. Op basis van vrijwilligheid hebben 9 leerlingen aangegeven dat ze dat wel willen proberen, ondanks de extra tijd die het kost (omdat er tijdens de lessen geen mogelijkheid is om de lessen digitaal te verwerken). In zes lessen, buiten de vaklessen natuur- en scheikunde om, hebben de leerlingen de basisvaardigheden geoefend om het project “Het digitale schrift” te kunnen starten.

Google reader RSS-feed
Google reader RSS-feed

Uiteindelijk starten 5 leerlingen met een weblog om de lessen ter verwerken (de andere 4 hadden teveel introductie lessen gemist, geen pasje voor de mediatheek of zagen toch op tegen het extra werk). Na de lessen elektriciteit hebben de leerlingen ook de lessen warmte en enkele lessen over stoffen digitaal verwerkt.

De leerlingen laten zien dat er weinig technische problemen zijn om de lessen digitaal te verwerken. Leerlingen hebben de meeste moeite met het plannen van het werk. Ondanks de extra tijd die het digitaal verwerken kost hebben de leerlingen het project met plezier afgesloten. De aandacht in de lessen was ook sterk gericht op de digitale verslaglegging met het maken van foto’s op de juiste momenten en het maken van aantekeningen.

Lees meer … (pdf)

Bekijk onderstaande presentatie (best in full screen) voor een impressie van de weblogs van de leerlingen (of download de presentatie bij Slideshare of anders hier).

Gratis methode (natuurkunde, scheikunde, wiskunde)

Gratis methodes. Gratis in gebruik. Gratis aan te passen. Zonder Wikiwijs te zijn. Dat is wat vele wetenschappers samen gemaakt hebben.

FHSST (Free High School Science Texts) is a project that aims to provide free science and mathematics textbooks for Grades 10 to 12 science learners in South Africa.

[bron: www.fhsst.org]

In het Engels, dat wel. Maar met tweetalig onderwijs kan dat prima gebruikt worden. En anders vertaal je de delen die je nodig hebt. De LaTex bestanden worden bijgeleverd. LaTex is een (gratis) opmaakprogramma, dat veel voor wetenschappelijke publicaties wordt gebruikt omdat het zeer goed met formules kan omgaan.

De natuurkunde (700 bladzijden), scheikunde (486 bladzijden) en wiskunde (644 bladzijden) zijn gereed voor “Grade 10 11 12” (15 tot 18 jaar). Meer is onderweg.